# Gijs Bodenstaff: auteur Bron: https://www.gijs-bodenstaff.nl/ (bijgewerkt 2026-09-23). ## Wie is Gijs Bodenstaff? Ik ben Gijs Bodenstaff, auteur en online marketeer. Mijn boeken gaan over één vraag die ondernemers steeds vaker stellen: hoe zorg ik dat mensen mij vinden als ze iets in de buurt zoeken, en dat AI-assistenten mijn naam noemen? Mijn antwoorden komen uit de praktijk. In 1998 begon ik Stageplaza.nl, dat ik in 2011 verkocht. Rond 2002 adverteerde ik al via Google AdWords. In 2010 richtte ik Linkbuilding Specialist BV op, een bureau dat zich volledig op linkbuilding richtte en in 2011 bij de Emerce Finest 50 als beste linkbuildingkantoor werd genoemd. In 2014 werd het overgenomen. Tegenwoordig werk ik aan GEO (Generative Engine Optimization) en Local Entity SEO. Ik ontwikkelde de 30-minuten GEO-methode, ben Google Local Guide op niveau 8 en gaf masterclasses op het Amsterdamse kantoor van Google. Mijn adviespraktijk vind je op gijsbodenstaff.nl; deze site gaat over mijn boeken. - 1998: Stageplaza.nl. Ik start een stageplatform en verkoop het in 2011. - 2010: Linkbuilding Specialist BV. Een bureau dat zich alleen op linkbuilding richt; in 2014 overgenomen. - 2011: Hoofdstuk in Eerste Hulp bij Webshop. Ik schrijf het linkbuildinghoofdstuk in het boek van Jeroen van der Geest. - 2023: GEO en Local Entity SEO. Mijn focus verschuift naar zichtbaarheid in AI-zoekmachines. - 2026: Eigen boeken. Mijn eerste handboeken verschijnen via Kindle Direct Publishing op Amazon. ## Franchise Local SEO & GEO Handboek 2027: Voor franchisegevers en marketingmanagers: Google Bedrijfsprofiel, Maps en AI-zichtbaarheid URL: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-franchise-local-seo-geo-handboek-2027/ Het Franchise Local SEO & GEO Handboek 2027 is geschreven voor franchisegevers en marketingmanagers die verantwoordelijk zijn voor de lokale zichtbaarheid van een keten. Waar één zaak met één bedrijfsprofiel werkt, beheer jij er tientallen of honderden, en elke vestiging moet in haar eigen buurt gevonden worden. Het boek gaat over grip op die schaal: consistente gegevens over alle locaties, een werkwijze die franchisenemers kunnen volgen, en zichtbaarheid in zowel Google Maps als AI-zoekmachines. Voor wie: Voor franchisegevers, marketingmanagers van ketens en andere organisaties met meerdere vestigingen. - Begin hier: de tien vragen voor je bureau. Dit boek telt ruim driehonderd pagina's en de meeste mensen lezen zoiets niet van voor naar achter. Daarom staat het meest bruikbare deel vooraan, los van de rest, en kost het tien minuten. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-franchise-local-seo-geo-handboek-2027/begin-hier-de-tien-vragen-voor-je-bureau/ - Hoofdstuk 1: Wat er is veranderd sinds de eerste druk. De eerste druk beschreef een markt waarin een keten vooral moest zorgen dat de profielen klopten, de reviews binnenkwamen en de locatiepagina's bestonden. Dat is nog steeds waar. Het is alleen niet meer genoeg, en op drie punten is het zelfs riskant geworden. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-franchise-local-seo-geo-handboek-2027/hoofdstuk-1-wat-er-is-veranderd-sinds-de-eerste-druk/ - Hoofdstuk 2: De franchiseparadox in 2027. Je hebt een landelijk merk. Naamsbekendheid, honderden vestigingen, een marketingbudget waar de plaatselijke concurrent alleen van kan dromen. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-franchise-local-seo-geo-handboek-2027/hoofdstuk-2-de-franchiseparadox-in-2027/ - Hoofdstuk 3: Nederland is niet Amerika. Dit is het hoofdstuk dat in geen enkel ander boek over dit onderwerp staat, en het is het hoofdstuk waar de meeste Nederlandse ketens geld verliezen. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-franchise-local-seo-geo-handboek-2027/hoofdstuk-3-nederland-is-niet-amerika/ - Hoofdstuk 4: De Europese resultatenpagina. Op 23 juli 2026 legde de Europese Commissie Google een boete op van 890 miljoen euro voor overtredingen van de Digital Markets Act. Van dat bedrag was 460 miljoen bestemd voor het voortrekken van eigen diensten in Google Zoeken, onder artikel 6(5) van de DMA. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-franchise-local-seo-geo-handboek-2027/hoofdstuk-4-de-europese-resultatenpagina/ - Hoofdstuk 5: Hoe Google een vestiging beoordeelt in 2027. Relevantie, nabijheid en bekendheid. Dat drietal staat al jaren in Google's eigen documentatie en het klopt nog steeds. Wat is veranderd, is welke signalen er binnen die drie het zwaarst wegen, en dat is voor het eerst in jaren goed gemeten. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-franchise-local-seo-geo-handboek-2027/hoofdstuk-5-hoe-google-een-vestiging-beoordeelt-in-2027/ - Hoofdstuk 6: Accountarchitectuur voor ketens. Het meest onderschatte onderdeel van local SEO bij een formule is niet een rankingfactor. Het is de vraag wie waar toegang toe heeft. - Hoofdstuk 7: Verificatie en schorsing. Een geschorst profiel is voor een vestiging wat een gesloten deur is voor een winkel. Bij een keten is het erger, want een schorsing die uit een patroon voortkomt, kan meerdere vestigingen tegelijk raken. - Hoofdstuk 8: Categorieën en het categorietestprotocol. De primaire categorie is met 227 punten de zwaarste rankingfactor in Whitespark's onderzoek, en tegelijk de factor die bij ketens het slechtst wordt beheerd. - Hoofdstuk 9: Naam, openingstijden en de factoren die het zwaarst wegen. Hoofdstuk 5 gaf het onderzoek: zoekwoorden in de bedrijfsnaam zijn met 223 punten de derde zwaarste factor, en Whitespark's analyse van 1,4 miljoen vermeldingen laat verschillen van vijf tot zes keer zien in de kans op een top-3-positie. - Hoofdstuk 10: Foto's, video en visueel bewijs. Het gemiddelde geverifieerde Bedrijfsprofiel in Birdeye's meting van 2026 had minder dan één foto. - Hoofdstuk 11: Diensten, producten en reviewvragen. De vooraf gedefinieerde diensten in het Bedrijfsprofiel sprongen in de laatste editie van het rankingonderzoek naar plaats tweeëntwintig van 187 factoren. Dat klinkt bescheiden tot je bedenkt dat de meeste profielen ze helemaal niet ingevuld hebben. - Hoofdstuk 12: Van string naar ding. Zoeksystemen zijn informatie steeds minder gaan opslaan als losse tekenreeksen die op elkaar lijken, en steeds meer als dingen met eigenschappen en onderlinge relaties. Google vatte die verschuiving ooit samen als "things, not strings". - Hoofdstuk 13: Nederlandse entiteitsinfrastructuur. Dit hoofdstuk bestaat in geen enkel internationaal boek over dit onderwerp, omdat de infrastructuur per land verschilt en de auteurs Amerikaans zijn. - Hoofdstuk 14: Schema.org voor ketens. Google's documentatie over LocalBusiness-structured-data, bijgewerkt op 8 september 2026, is kort en op één punt ontnuchterend. - Hoofdstuk 15: Citations zijn terug: maar voor iets anders. Dit is het belangrijkste inhoudelijke hoofdstuk van dit boek, omdat het een advies omkeert dat in dit vak vijf jaar lang gangbaar was. - Hoofdstuk 16: NAP-consistentie als datadiscipline. NAP staat voor naam, adres, telefoonnummer. Consistentie daarvan is het oudste advies in lokale SEO en het wordt in ketens het slechtst uitgevoerd. - Hoofdstuk 17: Wat AI-zoekmachines doen met een lokale vraag. Voordat je kunt optimaliseren voor een systeem, moet je weten wat het doet. Hier is de eerlijke stand van zaken, met daarbij expliciet wat er níet over bekend is. - Hoofdstuk 18: De Nederlandse AI-realiteit. Dit hoofdstuk is kort en het is het meest praktische van dit deel. - Hoofdstuk 19: Het GEO-protocol per vestiging. Dit is mijn eigen werkwijze. Ze is ontstaan uit trainingen die ik aan collega's gaf en is aangescherpt door wat ik via LocalSEOLab.nl op eigen sites en testlocaties heb gemeten. Ze is geen methode van Google en geen citaat van een onderzoek. - Hoofdstuk 20: Meten of een vestiging genoemd wordt. Hoofdstuk 19 gaf het protocol. Dit hoofdstuk gaat over de meetproblemen die je tegenkomt als je het op tweehonderd vestigingen wilt doen. - Hoofdstuk 21: AI-overzichten, AI Mode en de local pack. Het beste beschikbare onderzoek hierover is van Whitespark, gepubliceerd op 12 mei 2025 op basis van 540 zoekopdrachten in drie Amerikaanse steden en zes branches. - Hoofdstuk 22: Hallucinaties en schadebeperking. Een AI-systeem dat iets verzint over jouw vestiging, is geen theoretisch risico. Het is een reputatieprobleem waar geen meldknop voor bestaat. - Hoofdstuk 23: De reviewbepalingen die in april 2026 zichtbaar werden. Als je één hoofdstuk uit dit boek leest voordat je iets anders doet, is het dit. - Hoofdstuk 24: Reviewregie: proces verslaat intentie. Dit hoofdstuk leunt op het beste Nederlandse onderzoek dat er voor dit onderwerp bestaat, en de uitkomst is voor een formule goed nieuws. - Hoofdstuk 25: Reageren op schaal zonder sjabloontaal. Hier zit een echte spanning, en de meeste formules hebben hem verkeerd opgelost. - Hoofdstuk 26: Nederlands recht en Europese regels. Dit hoofdstuk is geen juridisch advies. Het is een overzicht van de regels die in 2027 op je reviewprogramma van toepassing zijn, zodat je weet wanneer je een jurist nodig hebt. - Hoofdstuk 27: Reviewextorsie en het crisisprotocol. Een bedrijf krijgt in korte tijd een reeks reviews van één en twee sterren, gevolgd door een bericht waarin betaling wordt geëist om ze te laten verwijderen. Google erkent het verschijnsel en heeft een meldroute ingericht. - Hoofdstuk 28: Sitestructuur voor ketens. De website van een formule heeft in 2027 een andere functie dan in 2020. Toen was hij het bestemmingspunt. Nu is hij vooral databron. - Hoofdstuk 29: De locatiepagina in 2027. De locatiepagina is het belangrijkste instrument dat je volledig zelf bezit. Het is de bron die in zesenvijftig procent van de gemeten AI-antwoorden werd geciteerd, en het is de landingspagina voor het organische lokale resultaat. - Hoofdstuk 30: Intentpagina's per vestiging. Dit is volgens Steve Wiideman het instrument met de hoogste impact voor multi-location, en het wordt in Nederland bijna niet gebruikt. - Hoofdstuk 31: Snelheid, Core Web Vitals en mobiel. Dit hoofdstuk is korter dan het in de eerste druk was, om een goede reden: de techniek is grotendeels een opgelost probleem geworden, behalve op het punt waar ketens er structureel op stuklopen. - Hoofdstuk 32: Toegankelijkheid als vindbaarheidsfactor. Toegankelijkheid hoort in dit boek om twee redenen die niets met elkaar te maken hebben en allebei gelden. - Hoofdstuk 33: De Wet franchise en local SEO. Dit deel bestaat in geen enkel ander boek over lokale SEO, in geen enkele taal. Het is ook het deel waar de meeste formules op vastlopen, niet omdat ze de techniek niet begrijpen, maar omdat ze niet weten wie mag beslissen. - Hoofdstuk 34: Rechtspraak die je moet kennen. Drie Nederlandse uitspraken bepalen hoe dit gesprek juridisch ligt. Ze wijzen niet allemaal dezelfde kant op, en juist dat maakt ze bruikbaar. - Hoofdstuk 35: Het besturingsmodel. Er zijn drie manieren om local SEO in een formule te organiseren. Alle drie werken, en alle drie mislukken als je ze verkeerd kiest. - Hoofdstuk 36: De franchisenemer als partner. Alles in dit boek valt of staat met de vraag of de vestiging meedoet. Een centraal programma dat op vestigingsniveau wordt genegeerd, is een duur rapport. - Hoofdstuk 37: Waarom impressies geen KPI meer zijn. Dit is de meest concrete verandering in de rapportage van een keten tussen 2026 en 2027, en het is een verandering die je onmiddellijk kunt doorvoeren. - Hoofdstuk 38: De KPI-boom per vestiging. Dit hoofdstuk bouwt het meetmodel dat volgens mijn marktonderzoek in geen enkel boek over dit onderwerp bestaat. Het is mijn eigen model. - Hoofdstuk 39: Dashboards: wat kan en wat niet kan. Bron 1: de Business Profile Performance API. De enige bron voor betrouwbare data per vestiging. Laatst bijgewerkt in oktober 2024, geen AI-metrics. - Hoofdstuk 40: Rapporteren aan directie en franchiseraad. Dit zijn twee verschillende gesprekken met twee verschillende doelen, en ze worden vrijwel altijd met dezelfde presentatie gevoerd. - Hoofdstuk 41: Hoe generatieve systemen ophalen en kiezen. Dit hoofdstuk legt uit wat er gebeurt tussen de vraag van een gebruiker en het antwoord waarin jouw vestiging wel of niet staat. Het is de basis onder deel IV en onder alles wat volgt. - Hoofdstuk 42: Wat de GEO-boeken zeggen, en waar ze voor een keten ophouden. In 2026 verscheen er meer over zichtbaarheid in AI-antwoorden dan in de vijf jaar ervoor bij elkaar. Dit hoofdstuk zet op een rij wat die boeken zeggen, wat er goed aan is, en waar ze precies ophouden voor iemand die tweehonderd vestigingen beheert. - Hoofdstuk 43: Lokaal zoekwoordonderzoek voor ketens. Zoekwoordonderzoek voor één vestiging is een middag werk. Voor tweehonderd vestigingen is het een systeem, en de meeste ketens hebben dat systeem niet. - Hoofdstuk 44: Video en visueel bewijs op schaal. Near Media's panel van 14 augustus 2026 noemde YouTube de op één na meest geciteerde bron in lokale AI-antwoorden. - Hoofdstuk 45: Links en lokale autoriteit voor ketens. Hoofdstuk 15 ging over citations: vermeldingen, met of zonder link. Dit hoofdstuk gaat over de links zelf, en over de vraag waar ze bij een keten naartoe moeten wijzen. - Hoofdstuk 46: Engagement op het Bedrijfsprofiel. Een profiel is geen formulier dat je invult. Het is een kanaal dat je onderhoudt. Bij een keten wordt dat onderscheid zichtbaar in het verschil tussen de vestigingen die iets doen en de vestigingen die alleen bestaan. - Hoofdstuk 47: Je entiteit beschermen. Dit hoofdstuk beschrijft twee experimenten die ik in 2026 zelf heb uitgevoerd via LocalSEOLab.nl. Het zijn geen onderzoeken met een steekproef en het zijn geen metingen die iemand anders heeft gerepliceerd. - Hoofdstuk 48: Gedragssignalen en manipulatie in Google Maps. Lokale zoekresultaten zijn competitief, en waar competitie is, zijn er partijen die de grens opzoeken. Voor een keten is dit geen randonderwerp: je bent groot, zichtbaar en daarmee een aantrekkelijk doelwit. - Hoofdstuk 49: Het weekritme per vestiging. Alles in dit boek valt of staat met volhouden. De meest gemaakte fout in lokale SEO is niet een verkeerde techniek. Het is drie maanden hard werken en daarna negen maanden niets. - Hoofdstuk 50: Horeca- en restaurantformules. Horeca is de branche waarin Google het verst is gegaan met eigen functionaliteit, en waarin het minst van je eigen site afhangt. Menukaarten, reserveringen, bezorgen, afhalen, drukke momenten en foto's van gasten zitten allemaal in het profiel. - Hoofdstuk 51: Retailformules. Retail is de branche waarin de afstand tussen online en de winkel het kortst is en het slechtst gemeten wordt. Iemand zoekt een product, kijkt of het in de buurt op voorraad is, en komt langs. Die hele keten verloopt buiten je webshopstatistieken om. - Hoofdstuk 52: Automotive en mobiliteit. Automotive is de enige Nederlandse multivestigingsbranche waarvoor een grootschalig, openbaar reviewonderzoek bestaat. Repmanager analyseerde in juli 2026 204.976 publieke Google-reviews van 853 vestigingen van de dertig grootste dealergroepen. - Hoofdstuk 53: Zorg- en praktijkformules. Zorgformules (tandartsketens, fysiotherapiegroepen, huisartsenorganisaties, psychologenpraktijken, opticiens, audiciens) hebben te maken met drie dingen die de rest van dit boek niet behandelt. - Hoofdstuk 54: Fitness, beauty en leisure. Dit is de branche met de kortste beslistijd en de hoogste gevoeligheid voor reviews en beeld. Mensen kiezen een sportschool, kapper of schoonheidssalon binnen enkele minuten, grotendeels op basis van foto's, sterren en afstand. - Hoofdstuk 55: Installatie, techniek en dienst aan huis. Loodgieters, installateurs, schoonmaak, glaszetters, hoveniers, thuiszorg, ongediertebestrijding. Hier komt de klant niet naar jou; jij gaat naar de klant. Dat verandert vrijwel alles aan de profielstructuur. - Hoofdstuk 56: Een keten van begin tot eind. Dit hoofdstuk is één uitgewerkt voorbeeld. De keten is verzonnen, de cijfers zijn illustratief en met opzet rond gehouden, en het verloop is gebaseerd op wat ik in vergelijkbare trajecten heb gezien. Het is een rekenvoorbeeld, geen case study. - Hoofdstuk 57: De twintig fouten die ketens het vaakst maken. Een opsomming, met de verwijzing naar het hoofdstuk waar de oplossing staat. Ik kom ze bijna allemaal in elke formule tegen. - Hoofdstuk 58: Betaalde lokale zichtbaarheid in Nederland. Dit hoofdstuk is kort omdat de Nederlandse werkelijkheid schraler is dan de Amerikaanse literatuur suggereert, en dat is op zichzelf de belangrijkste boodschap. - Hoofdstuk 59: Het 90-dagenplan. Dit plan gaat ervan uit dat je een keten hebt van vijftig tot vijfhonderd vestigingen en dat er nu geen gestructureerd programma is. Als je onderdelen al hebt, sla ze over. - Hoofdstuk 60: Het 12-maandenplan. Rol de categoriewijziging uit als de test positief was. Als de test niets liet zien, is dat waardevolle kennis en een reden om de tijd elders te steken. - Hoofdstuk 61: Waarom de meeste bureaus je niet kunnen helpen. Dit hoofdstuk is niet bedoeld om bureaus af te branden. Ik heb er zelf bij gewerkt, ik heb er local-SEO-teams opgezet en getraind, en ik werk nog steeds met ze samen. Het gaat over een structureel probleem dat de meeste opdrachtgevers niet zien. - Hoofdstuk 62: De levenscyclus van een vestiging. Alles in dit boek gaat ervan uit dat een vestiging bestaat en blijft bestaan. In de praktijk opent een formule vestigingen, verhuist ze, neemt ze over en sluit ze. - Hoofdstuk 63: Meerdere landen. Steeds meer Nederlandse formules staan in België, Duitsland of verder. Dit hoofdstuk gaat over wat er dan verandert, en het is korter dan je zou verwachten: het meeste blijft gelijk, en wat verandert, verandert grondig. - Hoofdstuk 64: De businesscase. Dit hoofdstuk gaat over geld: wat het kost, wat het oplevert, en hoe je dat verdedigt tegenover een directie en een franchiseraad die allebei iets anders willen horen. - Hoofdstuk 65: Wat er in de Verenigde Staten gebeurt. Dit deel kijkt vooruit, en dat is het deel van een vakboek waar de meeste fouten in staan. Daarom eerst de regels die ik mezelf hier opleg. - Hoofdstuk 66: Wat Europa bereikt, en wat de DMA tegenhoudt. Dit hoofdstuk bestaat omdat elk Engelstalig boek over dit onderwerp een resultatenpagina beschrijft die een Nederlandse lezer niet heeft. - Hoofdstuk 67: Google Labs en Search Labs. Dit hoofdstuk gaat over het testlab van Google, en het heeft een praktisch doel: voorkomen dat je een experiment aanziet voor beleid, en voorkomen dat je een experiment negeert dat wel iets betekent. - Hoofdstuk 68: 2027 en verder. Dit hoofdstuk is expliciet mijn eigen analyse. - Hoofdstuk 69: Conclusie. Als ik dit boek tot vijf zinnen moet terugbrengen, zijn het deze. - Bestellen (Paperback): https://www.amazon.nl/dp/B0HKM43FJ7 ## Local SEO & AI Zichtbaarheid voor Juristen en Advocaten 2027: Google Maps, ChatGPT, Claude en Gemini: de gids met bewezen strategieën voor advocaten, juristen, notarissen en mediators URL: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-seo-ai-zichtbaarheid-juristen-advocaten-2027/ Local SEO & AI Zichtbaarheid voor Juristen en Advocaten 2027 vertaalt lokale vindbaarheid naar de juridische praktijk. Wie juridische hulp zoekt, begint steeds vaker in Google Maps of stelt de vraag aan een AI-assistent. Het kantoor dat daar verschijnt, krijgt het eerste telefoontje. Ik laat zien hoe een kantoor zijn Google Bedrijfsprofiel inricht, hoe het vertrouwen opbouwt dat past bij een vak waarin reputatie alles is, en hoe het zichtbaar wordt in de antwoorden van AI-zoekmachines. Voor wie: Voor advocaten, juristen, notarissen en mediators, en voor wie de marketing van hun kantoor verzorgt. - Hoofdstuk 1: Wat er is veranderd sinds de eerste druk. De eerste druk beschreef een markt waarin een advocatenkantoor vooral moest zorgen dat het profiel klopte, dat er reviews binnenkwamen en dat er per rechtsgebied een goede pagina stond. Dat is nog steeds waar. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-seo-ai-zichtbaarheid-juristen-advocaten-2027/hoofdstuk-1-wat-er-is-veranderd-sinds-de-eerste-druk/ - Hoofdstuk 2: Het moment waarop een cliënt jou kiest. De reis van de rechtzoekende: van Gouden Gids tot AI-antwoord. De laatste stap is een verwachting. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-seo-ai-zichtbaarheid-juristen-advocaten-2027/hoofdstuk-2-het-moment-waarop-een-client-jou-kiest/ - Hoofdstuk 3: Nederland is niet Amerika. Vrijwel alle vakliteratuur over marketing voor advocatenkantoren is Amerikaans. De namen die in dit vak rondgaan, zijn dat allemaal: Chris Dreyer van Rankings.io, Jason Hennessey, Casey Meraz, Conrad Saam, Gyi Tsakalakis. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-seo-ai-zichtbaarheid-juristen-advocaten-2027/hoofdstuk-3-nederland-is-niet-amerika/ - Hoofdstuk 4: De spelregels voor advocaten online. Dit hoofdstuk is geen juridisch advies. Jij bent de jurist; ik ben de marketeer die de regels heeft opgezocht die raken aan wat je online doet. Waar ik een regel of uitspraak citeer, staat de bron erbij. Waar ik zelf een conclusie trek, staat dat er ook bij. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-seo-ai-zichtbaarheid-juristen-advocaten-2027/hoofdstuk-4-de-spelregels-voor-advocaten-online/ - Hoofdstuk 5: Je Google Bedrijfsprofiel: het fundament van je juridische entiteit. Je Bedrijfsprofiel is voor veel rechtzoekenden het eerste wat ze van je zien. Het verschijnt vóór je website, vult op een telefoon een groot deel van het scherm en vangt mensen op het beslismoment. - Hoofdstuk 6: Het profiel voor honderd procent invullen: het draaiboek. De meeste ondernemers vullen hun Bedrijfsprofiel in zoals een belastingformulier: zo snel mogelijk, zo min mogelijk, en daarna nooit meer aankijken. Dat is zonde, want je profiel is een van je best gelezen teksten. - Hoofdstuk 7: NAP-consistentie en juridische registers. NAP staat voor naam, adres en telefoonnummer. Google en AI-systemen vergelijken die gegevens over het web om te bepalen of je een echte, betrouwbare entiteit bent. Eén afwijkend telefoonnummer of een oud adres in een gids zaait twijfel. - Hoofdstuk 8: Virtuele kantoren, flexplekken en co-working. Steeds meer advocaten werken vanuit een flexplek, een verzameladres of een gedeeld kantoor. Dat is praktisch, en voor je beroepsuitoefening vaak prima. Voor je Bedrijfsprofiel gelden eigen regels, en die zijn helder opgeschreven. - Hoofdstuk 9: Wat er in het Bedrijfsprofiel veranderde: functies die kwamen en gingen. De halfwaardetijd van een tip over het Bedrijfsprofiel is korter dan de houdbaarheid van het artikel waarin hij staat. Dit hoofdstuk geeft per functie de stand op 21 september 2026. - Hoofdstuk 10: Van zoekwoorden naar entiteiten: E-E-A-T in een YMYL-vak. Google denkt al lang niet meer alleen in losse zoekwoorden. Het denkt in entiteiten: personen, kantoren, plaatsen en de relaties daartussen. - Hoofdstuk 11: Personalisatie: waarom twee cliënten verschillende resultaten zien. Een misverstand dat veel kantoren op het verkeerde been zet, is het idee dat er één zoekresultaat bestaat. Twee mensen die in dezelfde straat dezelfde vraag stellen, kunnen andere kantoren te zien krijgen. - Hoofdstuk 12: GEO en AEO: gevonden worden in de AI-antwoorden. GEO staat voor Generative Engine Optimization, AEO voor Answer Engine Optimization. In dit boek gebruik ik GEO voor beide. - Hoofdstuk 13: AI-overzichten, AI-modus en Ask Maps. Google heeft drie AI-lagen boven op zijn zoekresultaten gebouwd. Ze werken verschillend, ze zijn niet allemaal in Nederland beschikbaar, en veel wat erover geschreven wordt, is Amerikaans. Dit hoofdstuk scheidt wat hier geldt van wat elders speelt. - Hoofdstuk 14: Conversationeel en spraakgestuurd zoeken. De manier waarop mensen zoeken verschuift van losse woorden naar hele vragen. AI-modus en Ask Maps zijn ervoor gebouwd, en het tabblad in de zoekbalk nodigt ertoe uit. - Hoofdstuk 15: Zero-click, merk en branded search. Een groot deel van de zoekopdrachten eindigt zonder klik. Rand Fishkin (SparkToro) mat in de VS dat in de eerste maanden van 2026 68,01 procent van de Google-zoekopdrachten geen klik opleverde, tegen ongeveer 45 procent in 2016. - Hoofdstuk 16: Het onzichtbare web van autoriteit: platforms die AI wél gelooft. AI-systemen als ChatGPT, Gemini en Perplexity hebben geen reden om zonder meer te geloven wat een kantoor op zijn eigen site over zichzelf zegt. Ze zoeken bevestiging. Hoe ze die precies wegen, publiceert geen enkele aanbieder. - Hoofdstuk 17: AI als assistent, niet als auteur: Pomelli, Gemini en de NOvA-aanbevelingen. AI-hulpmiddelen besparen een kantoor tijd bij posts, beschrijvingen en conceptteksten. In een YMYL-vak met een geheimhoudingsplicht gelden daarbij grenzen die in de meeste marketingboeken ontbreken. Dit hoofdstuk zet ze op een rij. - Hoofdstuk 18: Als AI iets onjuists over je kantoor zegt. Een AI-systeem dat iets verzint over je kantoor, is geen theoretisch risico. Een onjuiste bewering in een AI-antwoord leest als een vaststelling, terwijl een slechte review zichtbaar het oordeel van één persoon is. - Hoofdstuk 19: Reviews zijn de nieuwe backlinks. "Reviews zijn de nieuwe backlinks" is een vergelijking, geen meting. De onderbouwing is wel te geven. In de Whitespark Local Search Ranking Factors (november 2025) zijn reviewsignalen de categorie die het sterkst in belang steeg. - Hoofdstuk 20: Reageren op reviews zonder je geheimhouding te schenden. Dit is het hoofdstuk waarin een advocatenboek het meest afwijkt van elk ander boek over reviews. De gangbare adviezen zijn: reageer inhoudelijk, erken de klacht, leg uit wat er gebeurde. Voor een advocaat kan elk van die drie de geheimhouding raken. - Hoofdstuk 21: Reviews buiten Google en platformspreiding. De meeste kantoren richten zich alleen op Google-reviews. Voor je vindbaarheid in Google Maps is dat logisch. Voor AI-zichtbaarheid is het te smal. - Hoofdstuk 22: Reviewfraude, reviewaanvallen en reputatiebeheer. Reviews zijn zo waardevol geworden dat er een schaduweconomie omheen is ontstaan: verkopers van nepreviews, bureaus die "reviewbeheer" beloven en afpersers die met valse reviews dreigen. Toezichthouders en platforms grijpen in. - Hoofdstuk 23: Lokaal zoekwoordonderzoek per rechtsgebied. Zoekwoordonderzoek voor een kantoor begint niet bij het woord 'advocaat'. Het begint bij de combinatie van rechtsgebied, dienst, plaats en intentie. Die combinatie bepaalt of iemand belt. - Hoofdstuk 24: Rechtsgebiedpagina's en locatiepagina's die ranken én converteren. Elk rechtsgebied verdient een eigen, diepgaande pagina, geen alinea in een zijbalk. Dat is geen smaak. - Hoofdstuk 25: Contentstrategie: de vragen die aan een zaak voorafgaan. De meeste cliënten stellen zichzelf een reeks vragen voordat ze een advocaat bellen. Wie die vragen op zijn site beantwoordt, ontmoet de cliënt vroeg en bouwt vertrouwen op het moment dat het telt. - Hoofdstuk 26: Diepgaande content en topical authority. In een vak waar het om geld, vrijheid, gezin en gezondheid gaat, wint diepgang van volume. Een pagina van driehonderd woorden over letselschade overtuigt geen cliënt en geen systeem dat bronnen vergelijkt. - Hoofdstuk 27: Barnacle SEO: meeliften op gezaghebbende platforms. Niet alle zichtbaarheid hoeft van je eigen domein te komen. Barnacle SEO, een term uit de Amerikaanse local-SEO-wereld, is de strategie om je vast te haken aan platforms die al gezag hebben, zodat je meelift op hun autoriteit. - Hoofdstuk 28: Video first en ongestructureerde citaties. Video bouwt vertrouwen sneller dan tekst. Een korte opname waarin een advocaat een veelgestelde vraag beantwoordt, laat zien wie je gaat spreken, hoe die praat en of je je daarbij op je gemak voelt. - Hoofdstuk 29: Sub-niche en hyperlokaal. De grootste denkfout in juridische SEO is proberen te winnen op de brede term. Nederland telde op 1 januari 2026 volgens de NOvA 19.046 advocaten, waarvan 6.788 in het arrondissement Amsterdam. - Hoofdstuk 30: Vertrouwenssignalen: keurmerken, lidmaatschappen en vermeldingen. Naast reviews en content zijn er zichtbare vertrouwenssignalen die een cliënt overtuigen en die zoekmachines en AI-systemen kunnen controleren. In de advocatuur wegen ze zwaar, omdat de cliënt de kwaliteit van je werk vooraf niet kan beoordelen. - Hoofdstuk 31: Titels en beschrijvingen in het zoekresultaat. Voordat een cliënt je pagina ziet, leest hij je titel en je beschrijving in het zoekresultaat. Die twee regels bepalen of hij klikt. Toch laten veel kantoren ze op de automatische stand staan, of vullen ze met tekst als 'Welkom op onze website'. - Hoofdstuk 32: Inspelen op actualiteit en juridische pieken. Juridische vraag komt in golven. Een wetswijziging, een spraakmakende uitspraak of een economische ontwikkeling kan de vraag naar een rechtsgebied plots doen stijgen. Kantoren die daar vroeg op inspelen, staan klaar als de vraag komt. - Hoofdstuk 33: Snelheid, mobiel en toegankelijkheid. Veel juridische zoekopdrachten gebeuren in een stresssituatie: na een ongeval, een aanhouding of een ontslaggesprek. Wie dan met trillende handen zoekt, wacht niet lang op een trage site. Hij gaat terug en kiest de volgende. - Hoofdstuk 34: Interne links: de klantreis voor cliënt én Google. Interne links zijn de verwijzingen tussen je eigen pagina's. Ze zijn een van de meest onderschatte instrumenten op een kantoorsite. - Hoofdstuk 35: Lokale social media en gemeenschapszichtbaarheid. Je digitale voetafdruk is groter dan je website en je Bedrijfsprofiel. Wat je op sociale media doet, wordt gevonden, gelezen en in verband gebracht met je kantoor. Lokale social media zijn daarom geen aparte hobby, maar een deel van je vindbaarheid. - Hoofdstuk 36: Backlinks en lokale autoriteit voor kantoren. Links blijven een teken van autoriteit. In de advocatuur geldt kwaliteit boven kwantiteit sterker dan in de meeste branches. - Hoofdstuk 37: Betaalde zichtbaarheid: wat in de VS werkt en hier niet. Dit hoofdstuk is korter dan in de eerste druk. De reden is eenvoudig: het kanaal waar de vorige versie om draaide, bestaat in Nederland niet. - Hoofdstuk 38: Van klik naar zaak: intake en conversie. Local SEO brengt de cliënt naar je toe. Je intake bepaalt of er een zaak uit voortkomt. - Hoofdstuk 39: Je entiteit beschermen, ook tegen voorgestelde bewerkingen. Naarmate AI-systemen meer over jouw kantoor samenvatten, groeit het risico dat ze iets verkeerds zeggen. Een oud adres, een rechtsgebied dat je niet meer voert of een verwisseling met een gelijknamig kantoor kan je zaken kosten. - Hoofdstuk 40: Engagement en gedragssignalen. Google beloont profielen en pagina's waar mensen iets mee doen. In de Whitespark Local Search Ranking Factors 2026 zijn reviewsignalen de sterkst gestegen categorie, en zijn ook gedragssignalen fors gegroeid. - Hoofdstuk 41: Map spam en manipulatie: wat er speelt en hoe je je verdedigt. De juridische resultaten in Google Maps trekken manipulatie aan: nepvestigingen, volgestopte bedrijfsnamen en gekochte reviews. Je hoeft daar niet aan mee te doen. Je kunt je er wel tegen verdedigen. - Hoofdstuk 42: Meten, analyseren en bijsturen. Zonder meten stuur je blind. Maar meet de juiste dingen. Posities zijn een vroege indicator, getekende zaken zijn de uitkomst. En nu AI een deel van de zoekresultaten samenvat, zegt één positiegetal steeds minder over wat er bij je kantoor binnenkomt. - Hoofdstuk 43: Search Console en GA4 praktisch inrichten. Om te sturen op zaken in plaats van op onderbuikgevoel, heb je twee gratis hulpmiddelen van Google nodig: Search Console en Google Analytics 4. Beide kregen in 2025 en 2026 functies die voor een kantoor direct bruikbaar zijn. - Hoofdstuk 44: Zichtbaarheid meten over je hele gebied: de geo-grid. Een valkuil bij het meten van je positie is dat je hem opzoekt vanaf je eigen kantoor. De resultaten in Google Maps hangen af van de plek waar de zoeker staat. Iemand aan de andere kant van de stad ziet andere kantoren dan iemand voor je deur. - Hoofdstuk 45: AI-zichtbaarheid meten: word je wel genoemd?. Nu AI een deel van de oriëntatie doet, wil je weten of jouw kantoor in die antwoorden voorkomt. Dat meten is lastiger dan een positie in Google opzoeken. AI-antwoorden verschillen per gebruiker en per poging. - Hoofdstuk 46: Wat de best scorende kantoren anders doen. Wat onderscheidt het kantoor dat in je stad bovenaan staat van de rest? De eerste druk van dit boek baseerde dit hoofdstuk op een analyse van Greg Gifford onder letselschadekantoren. - Hoofdstuk 47: Playbook letselschade. In mijn ervaring is letselschade de meest bevochten juridische niche in lokaal zoeken. De waarde van een zaak is hoog, en dat trekt zowel serieuze kantoren als agressieve marketing aan. Onderscheid maak je met vertrouwen, snelheid en lokale diepgang. - Hoofdstuk 48: Playbook arbeidsrecht. Arbeidsrecht kent twee heel verschillende doelgroepen: werknemers in nood en werkgevers met een probleem. Ze zoeken anders, ze beslissen anders, en het loont om beide expliciet te bedienen. - Hoofdstuk 49: Playbook familierecht en echtscheiding. Familierecht is gevoelig en persoonlijk. Cliënten zoeken discreet, vaak 's avonds op hun telefoon, en kiezen op basis van vertrouwen en toon. De scherpe categoriekeuze maakt hier een aantoonbaar verschil. - Hoofdstuk 50: Playbook strafrecht. Strafrecht is urgent en vaak 's nachts. Een aangehouden cliënt of diens familie zoekt onmiddellijk hulp. Bereikbaarheid en snelheid wegen hier zwaarder dan waar ook. - Hoofdstuk 51: Playbook ondernemings- en vastgoedrecht. Ondernemings- en vastgoedrecht bedienen een zakelijker publiek dat weloverwogen kiest en meer vergelijkt. De koopreis is langer, en autoriteit en inhoud wegen zwaarder dan urgentie. - Hoofdstuk 52: Playbook intellectueel eigendom en merkenrecht. Intellectueel eigendom en merkenrecht vormen een aparte categorie. De cliënt is vaker een ondernemer of bedrijf, de zoekopdracht is zakelijker, en het speelveld is minder strikt lokaal: een IE-advocaat bedient vaak een hele regio of het hele land. - Hoofdstuk 53: De koopreis van de rechtzoekende. Om zichtbaar te zijn op het juiste moment, moet je weten hoe iemand bij een advocaat terechtkomt. Over dat pad bestaan veel aannames en weinig Nederlandse cijfers. Dit hoofdstuk houdt die twee uit elkaar. - Hoofdstuk 54: Tien fouten die advocatenkantoren maken met local SEO. Dezelfde fouten keren bij kantoren telkens terug. Ze kosten zichtbaarheid, en een paar ervan raken ook je beroepsregels. Het goede nieuws is dat ze allemaal te herstellen zijn. - Hoofdstuk 55: Concurreren met een groter, bekender kantoor. Veel kantoren denken dat ze niet kunnen winnen van een concurrent met meer advocaten, een groter budget en een bekendere naam. In Google Maps en in de AI-antwoorden is dat minder vanzelfsprekend dan het lijkt. - Hoofdstuk 56: De koude start: nieuw of verhuisd kantoor. Een nieuw kantoor, een advocaat die voor zichzelf begint, een nieuwe vestiging of een verhuizing: op die momenten gaat je vindbaarheid het makkelijkst kapot. Schade achteraf herstellen kost meer dan haar vooraf voorkomen. - Hoofdstuk 57: Meerdere vestigingen. Groeit je kantoor naar meerdere vestigingen, dan wordt local SEO van een taak een systeem. Elke vestiging heeft een eigen Bedrijfsprofiel, eigen reviews, een eigen locatiepagina en een eigen NAP. - Hoofdstuk 58: Het weekritme: dertig minuten per week. Je hebt een praktijk te runnen. Dit ritme houdt je zichtbaarheid op peil in een half uur per week. Het is mijn eigen werkwijze, geen methode van Google en geen onderzoeksuitkomst. Het is niet de meest ambitieuze aanpak, wel de meest volhoudbare. - Hoofdstuk 59: Voorbij Google: Bing, Apple Maps en de AI-zoekmachines. Google is in Nederland veruit het grootste kanaal, met 89,68 procent marktaandeel in augustus 2026 (StatCounter). Toch loont het om niet volledig van één bron afhankelijk te zijn. Dit hoofdstuk zegt wat er over de andere platforms vaststaat, en wat niet. - Hoofdstuk 60: De lokale rankingfactoren op een rij. Welke factoren bepalen of je kantoor in Google Maps, in de organische resultaten en in AI-antwoorden verschijnt? Het beste openbare antwoord is de Whitespark Local Search Ranking Factors. Dit hoofdstuk zet de scores op een rij en vertaalt ze naar een kantoor. - Hoofdstuk 61: Wat resultaat er echt uitziet. Om verwachtingen scherp te houden, helpt het te zien wat resultaat concreet betekent. De vorige druk noemde hier cijfers uit "gepubliceerde praktijkcases van gespecialiseerde bureaus". Die kon ik niet tot een bron herleiden, dus ze zijn eruit. - Hoofdstuk 62: Veelgestelde vragen over local SEO voor advocaten. Deze vragen krijg ik het vaakst van kantoren. De antwoorden vatten veel uit dit boek beknopt samen, met een verwijzing waar je meer vindt. - Hoofdstuk 63: Waarom de meeste bureaus je niet kunnen helpen. Dit hoofdstuk is niet bedoeld om bureaus af te branden. Ik heb er zelf gewerkt, ik heb er local-SEO-teams opgezet en getraind, en ik werk nog steeds met ze samen. Het gaat over een structureel probleem dat de meeste kantoren niet zien. - Hoofdstuk 64: Het lokale-autoriteitsraamwerk: het complete stappenplan. Dit boek behandelt veel. Om het behapbaar te maken, vat dit hoofdstuk alles samen in negen stappen. Werk ze in volgorde af; elke stap bouwt op de vorige. Deel X en XI laten daarna aan twee fictieve kantoren zien hoe dat er in de praktijk uitziet. - Hoofdstuk 65: Meijer Arbeidsrecht, stap voor stap. Dit is een herkenbaar startpunt. Er is geen ramp gebeurd; het kantoor is alleen onzichtbaar geworden voor wie vandaag zoekt. De nulmeting bevestigt dat. - Hoofdstuk 66: Brandt IE & Merkenrecht, stap voor stap. Brandt IE & Merkenrecht is een nichekantoor met twee advocaten in Amsterdam dat merkhouders bijstaat bij registratie, inbreuk en geschillen. Het bedient cliënten in heel Noord-Holland en de Randstad. - Hoofdstuk 67: Wat er in de Verenigde Staten gebeurt. Vrijwel alles wat Google in lokaal zoeken verandert, verschijnt eerst in de Verenigde Staten. Een Nederlands kantoor heeft daar dus gratis vooruitzicht aan. Het is geen wet dat het hier ook komt, en zeker niet in dezelfde vorm. - Hoofdstuk 68: Wat Europa bereikt, en wat er tegenhoudt. Elk Engelstalig boek over dit onderwerp beschrijft een resultatenpagina die een Nederlandse lezer niet heeft. Wie de Amerikaanse vooruitblik één op één op Nederland toepast, komt bedrogen uit. - Hoofdstuk 69: Google Labs en Search Labs. Dit hoofdstuk heeft een praktisch doel: voorkomen dat je een experiment aanziet voor beleid, en voorkomen dat je een experiment negeert dat wel iets betekent. - Hoofdstuk 70: 2027 en verder. Dit hoofdstuk is expliciet mijn eigen analyse, met één uitzondering: de eerste lijst. Die bevat alleen wat aantoonbaar is aangekondigd of vastgelegd, met datum en bron. De tweede lijst is wat ik verwacht, met de redenering erbij. - Hoofdstuk 71: Conclusie. Local SEO voor een advocatenkantoor is in 2027 een vak van meerdere lagen tegelijk. - Bestellen (Paperback): https://www.amazon.nl/dp/B0HKKF4ZZW ## AI Search in de Zorg 2027: GEO, AEO en AI-automatisering voor zorgaanbieders URL: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-search-in-de-zorg-2027/ AI Search in de Zorg 2027 is mijn handboek voor zorgaanbieders die zien dat patiënten en cliënten steeds vaker via AI zoeken. Wie een vraag over zorg in de buurt aan ChatGPT of Google stelt, krijgt een kant-en-klaar antwoord; de vraag is of jouw organisatie daarin genoemd wordt. Het boek behandelt twee sporen. GEO en AEO gaan over zichtbaar worden in de antwoorden van AI-zoekmachines. AI-automatisering gaat over het werk achter de schermen dat slimmer kan. Met 448 pagina's is dit het meest uitgebreide boek dat ik tot nu toe schreef. Voor wie: Voor bestuurders, praktijkhouders en marketing- en communicatiemedewerkers bij zorgaanbieders. - Hoofdstuk 1: Eerlijk advies: waarom de meeste bureaus je praktijk niet kunnen helpen. Sinds ongeveer een jaar ligt er bij vrijwel elke zorgpraktijk hetzelfde voorstel op tafel. Een bureau belt of mailt, zegt dat ChatGPT de nieuwe Google is, en biedt een AI-zichtbaarheidspakket aan. Meestal voor een paar honderd euro per maand. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-search-in-de-zorg-2027/hoofdstuk-1-eerlijk-advies-waarom-de-meeste-bureaus-je-praktijk-niet/ - Hoofdstuk 2: Wat AI Search werkelijk is. Vier dingen worden in het spraakgebruik op één hoop gegooid. Ze werken verschillend, ze putten uit verschillende bronnen, en ze zijn in Nederland verschillend beschikbaar. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-search-in-de-zorg-2027/hoofdstuk-2-wat-ai-search-werkelijk-is/ - Hoofdstuk 3: AEO en GEO uit elkaar gehaald. Twee afkortingen die door elkaar worden gebruikt, en één onderscheid dat er wel toe doet. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-search-in-de-zorg-2027/hoofdstuk-3-aeo-en-geo-uit-elkaar-gehaald/ - Hoofdstuk 4: Het bewijs onder GEO: wat is aangetoond, wat wordt verkocht. Dit hoofdstuk staat bewust vooraan. Alles wat erna komt, staat of valt met de vraag of het onderliggende bewijs deugt. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-search-in-de-zorg-2027/hoofdstuk-4-het-bewijs-onder-geo-wat-is-aangetoond-wat-wordt-verkocht/ - Hoofdstuk 5: YMYL: waarom de lat voor gezondheid hoger ligt. Google deelt onderwerpen intern in naar de schade die verkeerde informatie kan aanrichten. Gezondheid valt in de zwaarste categorie, samen met geld en recht. Die categorie heet YMYL: your money or your life. - Hoofdstuk 6: Hoe een patiënt bij jou terechtkomt. Voordat je iets optimaliseert, moet je weten welke routes er zijn. In de Nederlandse zorg zijn dat er vijf, en ze verschillen sterk in wat ze van je vragen. - Hoofdstuk 7: De vier schermen, en wat ze werkelijk opleveren. Dit hoofdstuk zet de verhoudingen recht voordat je aan het werk gaat. Zonder die verhoudingen investeer je in het kanaal met de mooiste verhalen in plaats van in het kanaal met de patiënten. - Hoofdstuk 8: Hoe een antwoord over jouw praktijk wordt samengesteld. Om te begrijpen waar je invloed hebt, moet je weten wat er gebeurt tussen de vraag van een patiënt en het antwoord dat hij krijgt. Dat proces is geen geheim, maar het wordt zelden uitgelegd. - Hoofdstuk 9: De bronhiërarchie in een Europese taalmarkt. Er bestaat geen onderzoek naar welke bronnen Nederlandse AI-antwoorden over zorg gebruiken. Dat is geen nalatigheid van mij, het bestaat gewoon niet. - Hoofdstuk 10: Registers als bewijsmateriaal. Nederlandse zorgaanbieders beschikken over iets wat vrijwel geen andere ondernemer heeft: officiële, wettelijk verankerde, publiek raadpleegbare registers. - Hoofdstuk 11: NAP-consistentie in de Nederlandse zorg. Dit is het saaiste hoofdstuk van het boek en waarschijnlijk het meest rendabele. Het gaat over drie gegevens die overal exact hetzelfde moeten zijn: je naam, je adres en je telefoonnummer. - Hoofdstuk 12: De vermeldingenbronnen die in Nederland tellen. Niet elke vermelding is evenveel waard. Voor een zorgpraktijk is het verschil groter dan in welke andere sector ook, omdat je toegang hebt tot bronnen die anderen niet hebben. - Hoofdstuk 13: ZorgkaartNederland na september 2025. Vrijwel elk advies over online zichtbaarheid voor zorgaanbieders dat ouder is dan een jaar, is op dit punt achterhaald. Als je ergens leest dat je patiënten moet vragen een waardering op ZorgkaartNederland achter te laten, komt dat uit een tijd die voorbij is. - Hoofdstuk 14: Reviews als brontekst. Reviews zijn allang niet meer alleen sociaal bewijs voor de lezer. Ze zijn brontekst geworden, en dat verandert wat een goede review is. - Hoofdstuk 15: Ongestructureerde citaties. Dit hoofdstuk gaat over de vermeldingen die geen vaste velden hebben, geen link hoeven te bevatten, en die voor AI-zichtbaarheid zwaarder wegen dan de nette gidsvermeldingen uit het vorige hoofdstuk. - Hoofdstuk 16: Wikidata, sameAs en de kennisgraaf. Dit hoofdstuk gaat over de techniek waarmee je de koppelingen uit de vorige hoofdstukken expliciet maakt, zodat een systeem ze niet hoeft te raden. - Hoofdstuk 17: Het beroepsgeheim en de grens van je reviewreactie. Dit hoofdstuk gaat over de belangrijkste beperking in dit boek, en over de enige waarover je niet met je marketeer hoeft te onderhandelen. Hij staat in de wet. - Hoofdstuk 18: De transparantieregeling, en waarom die toevallig goede AEO is. Dit hoofdstuk gaat over een wettelijke verplichting die de meeste praktijken als last ervaren en die in werkelijkheid je beste zichtbaarheidsmateriaal oplevert. - Hoofdstuk 19: Reviews vragen zonder de regels te schenden. Reviews wegen zwaar voor je positie op de kaart, en ze zijn brontekst voor elk systeem dat een aanbeveling doet. - Hoofdstuk 20: Cookies, tracking en toestemming. Dit hoofdstuk gaat over het deel van je website waar de meeste zorgpraktijken zonder het te weten een probleem hebben, en waar sinds 2025 actief op wordt gecontroleerd. - Hoofdstuk 21: Wat de toezichthouder sinds 2026 openbaar maakt. Er is per 1 januari 2026 iets veranderd wat nog nauwelijks is doorgedrongen tot de marketingpraktijk, en wat voor jouw online reputatie direct gevolgen heeft. - Hoofdstuk 22: De optelsom: een zorgwebsite die door alle regimes komt. De vorige vier hoofdstukken behandelden elk één regime. In de praktijk gelden ze tegelijk, en dat is waar het misgaat: elk regime apart is te doen, de optelsom niet. - Hoofdstuk 23: De structuur die een zoekmachine begrijpt. De meeste zorgwebsites zijn gebouwd vanuit de organisatie. Over ons, ons team, onze behandelingen, contact. Dat is de indeling van een folder. - Hoofdstuk 24: De antwoordpassage: het schrijfpatroon dat geciteerd wordt. Dit is de belangrijkste schrijfvaardigheid van dit moment, en hij is in een middag te leren. - Hoofdstuk 25: Klachtpagina's in de taal van de zoeker. De klachtpagina is het werkpaard van een zorgwebsite. Het is ook de pagina die het vaakst wordt geschreven door iemand die de klacht van binnenuit kent, en daarom in woorden die de zoeker niet gebruikt. - Hoofdstuk 26: Behandelpagina's en de grens van wat je beweert. De behandelpagina bedient een andere bezoeker dan de klachtpagina. Hier komt iemand die de naam van de behandeling al kent, meestal omdat een verwijzer of een kennis hem genoemd heeft. - Hoofdstuk 27: Samengestelde vragen. De zoekopdracht van je patiënt is de afgelopen twee jaar van vorm veranderd. Niet in wat hij wil weten, wel in hoe hij het vraagt. - Hoofdstuk 28: Wachttijd, vergoeding en verwijzing. Drie feiten bepalen bij zorg vaker dan wat ook of iemand belt. Ze zijn alle drie makkelijk op te schrijven, en ze ontbreken op de meeste sites. - Hoofdstuk 29: Locatiepagina's zonder kopieerwerk. Zodra je meer dan één vestiging hebt, ontstaat er een pagina-soort waarop bijna iedereen dezelfde fout maakt. Niet uit onwil, maar uit efficiëntie. - Hoofdstuk 30: Behandelaars als herkenbare personen. De grootste ongebruikte hefboom op een zorgwebsite is de teampagina. Op de meeste staan vier voornamen en een groepsfoto. - Hoofdstuk 31: Gestructureerde data voor een zorgpraktijk. Dit hoofdstuk is de praktische kant van hoofdstuk 16. Daar staat wat gestructureerde data wel en niet doet; hier staat wat je precies aan je websitebouwer geeft. - Hoofdstuk 32: Snelheid, en waarom die in de zorg zwaarder telt. De achterkant van je website bepaalt of alles uit de vorige hoofdstukken tot zijn recht komt. Een uitstekende klachtpagina op een site die zeven seconden laadt, levert niets op. - Hoofdstuk 33: Mobiel is niet de tweede versie. Google beoordeelt je site primair op de mobiele weergave. Belangrijker nog: het grootste deel van je patiënten kijkt op een telefoon, vaak met pijn en vaak met één hand. - Hoofdstuk 34: Toegankelijkheid is in de zorg geen bijzaak. Hier hoort een zorgpraktijk voorop te lopen, en het gebeurt zelden. - Hoofdstuk 35: Het aanmeldformulier. Het formulier is de plek waar zichtbaarheid overgaat in een patiënt. Het is ook de plek waar het vaakst te veel wordt gevraagd, met de beste bedoelingen. - Hoofdstuk 36: Het bedrijfsprofiel als AI-bron. Je Google Bedrijfsprofiel is het zwaarstwegende onderdeel van je lokale vindbaarheid. Het is gratis, volledig in eigen beheer, en bij de meeste zorgpraktijken half ingevuld. - Hoofdstuk 37: Het profiel voor honderd procent, het draaiboek. De meeste ondernemers vullen hun bedrijfsprofiel in zoals ze een belastingformulier invullen. Zo snel mogelijk, zo min mogelijk, en dan nooit meer aankijken. - Hoofdstuk 38: Categorieën en diensten. Van alle losse instellingen in je profiel is de primaire categorie de zwaarste. Hij bepaalt voor welk type vragen Google je überhaupt overweegt. - Hoofdstuk 39: Behandelaarsprofielen. Er is één instrument dat vrijwel exclusief beschikbaar is voor beroepen zoals het jouwe, en dat in Nederland door bijna geen enkele zorgpraktijk wordt ingezet. - Hoofdstuk 40: Foto's en video. Beeld is de afgelopen jaren opgeschoven van sfeermateriaal naar signaal. Voor een zorgpraktijk is het ook het onderdeel waarmee je het snelste vertrouwen wint of verliest. - Hoofdstuk 41: Ask Maps, Ask for Me en wat in Nederland geldt. Dit hoofdstuk gaat over drie functies waar veel over wordt geschreven en waarvan het grootste deel in Nederland niet draait. Ik zet precies neer wat er wel en niet geldt, want dit is het onderwerp waarop de meeste boeken en blogs de plank misslaan. - Hoofdstuk 42: Schorsing, bezwaar en herstel. Een geschorst bedrijfsprofiel is voor een zorgpraktijk een acuut probleem. Je verdwijnt van de kaart, je reviews zijn onzichtbaar, en de telefoon stopt. - Hoofdstuk 43: Bereikbaarheid is een vindbaarheidsfactor. Dit deel gaat over automatisering, en het begint bewust niet bij techniek. Het begint bij een cijfer dat de meeste praktijken nooit hebben gemeten. - Hoofdstuk 44: De telefoon is het product. In de meeste sectoren is de telefoon een kanaal. In de zorg is hij het moment waarop alles samenkomt. - Hoofdstuk 45: AI-telefoonassistenten in de zorg. Een AI-telefoonassistent neemt op, voert een gesprek in gewone taal en handelt af of geeft door. De techniek werkt inmiddels goed genoeg om serieus te nemen. - Hoofdstuk 46: AI-chat op je website. Een chatvenster op een zorgwebsite is aantrekkelijker dan het lijkt en riskanter dan het oogt. Dit hoofdstuk gaat over beide. - Hoofdstuk 47: Agentic booking, als de AI de afspraak maakt. Dit hoofdstuk gaat over de verschuiving die het meest bepalend wordt en die in Nederland nog niet is aangekomen. Juist daarom staat hij erin. - Hoofdstuk 48: De ondergrens voor AI aan de voordeur. Dit hoofdstuk is de rem onder het vorige deel. Het gaat over wat je vastlegt voordat je een systeem laat praten met je patiënten. - Hoofdstuk 49: Meten of AI je noemt. Dit hoofdstuk is het scharnier van het boek. Alles ervoor gaat over wat je doet. Alles erna gaat over wat je eraan overhoudt. - Hoofdstuk 50: Wat je verder meet. Zichtbaarheid in AI-antwoorden is één laag. Als je alleen die meet, weet je of je genoemd wordt en verder niets. - Hoofdstuk 51: Als het antwoord fout is. Vroeg of laat gebeurt het. Een model vertelt een patiënt iets over jouw praktijk dat niet klopt. - Hoofdstuk 52: Je profiel beschermen. Je bedrijfsprofiel is het enige onderdeel van je vindbaarheid dat vreemden mogen bewerken. - Hoofdstuk 53: De audit in negentig minuten. Dit hoofdstuk is bedoeld om te doen, niet om te lezen. Zet negentig minuten in je agenda, doe de deur dicht, en werk het af. - Hoofdstuk 54: Het negentigdagenplan. Negentig dagen, vier fases, en aan het eind een praktijk die vindbaar is in de zoekmachine én aanwezig in de antwoorden. - Hoofdstuk 55: Wat je uitgeeft. Vindbaarheid in AI-antwoorden kost geld of tijd. Meestal allebei, en de verhouding bepaal je zelf. - Hoofdstuk 56: Een uitgewerkt voorbeeld, en de nulmeting. De vijf hoofdstukken die nu volgen, werken één praktijk van begin tot eind uit. Van de eerste meting tot de cijfers een jaar later. - Hoofdstuk 57: De vragenmatrix, en waar je begint. Tien gaten en twee tot vier uur per week. De volgorde bepaalt of je in maand drie iets ziet of in maand negen. - Hoofdstuk 58: Het profiel en de website. Week één tot en met acht bij De Waag, in de reparaties die het meeste opleverden. - Hoofdstuk 59: Reviews, vermeldingen en de tweede AI-ronde. Maand drie tot en met negen bij De Waag. De traagste fase, en de fase waarin het verschil ontstaat. - Hoofdstuk 60: De cijfers na twaalf maanden. Twaalf maanden na de nulmeting, en de vraag die uiteindelijk telt: wat heeft het opgeleverd. - Hoofdstuk 61: Meerdere vestigingen. Alles in dit boek geldt per vestiging. Dat klinkt logisch en het is precies waar het bij ketens en groepspraktijken misgaat. - Hoofdstuk 62: Wie doet wat, en hoe je het volhoudt. Het grootste risico voor dit hele traject is niet dat het niet werkt. Het is dat het na vier maanden stilvalt. - Hoofdstuk 63: Vijftien fouten die ik keer op keer tegenkom. Dit hoofdstuk is de korte versie van het hele boek, van de achterkant benaderd. - Hoofdstuk 64: Vragen die ik het vaakst krijg. Uit gesprekken, uit inboxen, en uit de zaal bij presentaties. Zoveel mogelijk in de bewoordingen waarin ze gesteld worden. - Hoofdstuk 65: Wat het komende jaar waarschijnlijk brengt. Een laatste hoofdstuk over de toekomst is een uitnodiging om onzin te schrijven. Ik ga proberen het anders te doen. - Bestellen (Paperback): https://www.amazon.nl/dp/908377144X ## Local Entity SEO 2027: Het complete handboek voor Google Bedrijfsprofiel en Google Maps marketing, met GEO-strategieën voor autoriteit in AI-zoekmachines URL: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-entity-seo-2027/ Local Entity SEO 2027 is mijn handboek voor ondernemers die lokaal gevonden willen worden in zowel Google als AI-assistenten. Het Google Bedrijfsprofiel vormt het fundament; daarbovenop leg ik uit hoe je met GEO-strategieën zorgt dat taalmodellen jouw bedrijf herkennen en noemen. Het uitgangspunt is entiteitsdenken. Zoekmachines kijken minder naar losse zoekwoorden en meer naar de vraag wie je bent, wat je doet en welke bronnen dat bevestigen. Dat netwerk van signalen bouw je stap voor stap op. Met 335 pagina's is dit een flink uitgebreidere uitgave dan Local SEO 2026 (126 pagina's). Voor wie: Geschreven voor wie een lokaal bedrijf runt of in de marketing ervan werkt: eigenaren van mkb-zaken, online marketeers en SEO-professionals die zichtbaar willen zijn in Google Maps, de zoekresultaten en AI-antwoorden. - Eerlijk advies: waarom de meeste bureaus je niet kunnen helpen. Ik heb in de loop der jaren samengewerkt met en voor een groot aantal van de bekendste online marketingbureaus van Nederland. Bureaus met tientallen tot honderden medewerkers, indrukwekkende klantenlijsten en brede dienstenpakketten. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-entity-seo-2027/eerlijk-advies-waarom-de-meeste-bureaus-je-niet-kunnen/ - Hoofdstuk 1: Basisprincipes van lokale SEO: de spelregels, nu en in het AI-tijdperk. De manier waarop consumenten naar producten en diensten zoeken, is drastisch veranderd. De telefoongids verdween, het lokale dagblad verloor zijn bereik, en de consument pakt zijn smartphone om alles binnen handbereik te vinden. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-entity-seo-2027/hoofdstuk-1-basisprincipes-van-lokale-seo-de-spelregels-nu-en-in-het-ai/ - Hoofdstuk 2: Je Google Bedrijfsprofiel: het fundament van je digitale entiteit. Voor veel lokale bedrijven levert het Google Bedrijfsprofiel meer omzet op dan de eigen website. Wanneer iemand zoekt op "boekhouder Haarlem", toont Google direct een kaart met uitgelichte bedrijven. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-entity-seo-2027/hoofdstuk-2-je-google-bedrijfsprofiel-het-fundament-van-je-digitale/ - Hoofdstuk 3: NAP-consistentie en lokale citaties: de vingerafdruk van je bedrijf. NAP staat voor Naam, Adres en Telefoonnummer. Samen vormen ze de digitale vingerafdruk van je bedrijf. Zoekmachines speuren het hele internet af om te controleren of jouw bedrijfsgegevens overal kloppen. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-entity-seo-2027/hoofdstuk-3-nap-consistentie-en-lokale-citaties-de-vingerafdruk-van-je/ - Hoofdstuk 4: Van zoekwoorden naar entiteiten: hoe Google de kaart opnieuw tekende. Google denkt al jaren niet meer puur in zoekwoorden. Het denkt in entiteiten: herkenbare, verifieerbare dingen in de wereld. Mensen, bedrijven, plaatsen, producten, concepten. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-entity-seo-2027/hoofdstuk-4-van-zoekwoorden-naar-entiteiten-hoe-google-de-kaart-opnieuw/ - Hoofdstuk 5: GEO: Generative Engine Optimization. Klassieke SEO gaat over het optimaliseren van je website en profiel zodat zoekmachines je op de juiste positie in een resultatenlijst plaatsen. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-entity-seo-2027/hoofdstuk-5-geo-generative-engine-optimization/ - Hoofdstuk 6: Google AI-modus: hoe je klant nu zoekt. Google lanceerde AI-modus in 2025: een conversationele zoekervaring waarin gebruikers gelaagde vragen stellen en AI-gegenereerde antwoorden krijgen zonder per se op een link te klikken. - Hoofdstuk 6b: De nieuwste functies van het Google Bedrijfsprofiel in 2026. Google heeft het Bedrijfsprofiel in 2026 grondiger vernieuwd dan in enig jaar daarvoor. Wie een profiel nog onderhoudt zoals in 2024 gebruikelijk was, loopt achter. Dit hoofdstuk behandelt de functies die er echt toe doen. - Hoofdstuk 6c: Je profiel voor honderd procent invullen: het complete draaiboek. De meeste ondernemers vullen hun Google Bedrijfsprofiel in zoals ze een belastingformulier invullen: zo snel mogelijk, zo minimaal mogelijk, en daarna nooit meer. - Hoofdstuk 6d: Pomelli: Googles gratis AI-marketingassistent. Er is een tool die Google in 2026 uitrolde en die veel eigenaren van kleine en middelgrote bedrijven nog steeds niet kennen, ook al lost hij een probleem op dat ze al jaren hebben: consistent, professioneel, merkeigen marketingmateriaal maken zonder tijd, budget of ontwerpvaardigheden. - Hoofdstuk 7: Reviews: de nieuwe backlinks. Tien jaar geleden bepaalden backlinks grotendeels hoe hoog je rankte. Voor lokale bedrijven hebben reviews een groot deel van die rol overgenomen. - Hoofdstuk 8: Lokaal zoekwoordenonderzoek voor het AI-tijdperk. Drie jaar geleden optimaliseerde je voor "elektricien Utrecht." Vandaag stelt een klant AI-modus iets heel anders. - Hoofdstuk 9: On-page optimalisatie voor lokale entiteiten. On-page optimalisatie is het systematisch verbeteren van de elementen op je website, zodat zoekmachines en AI-modellen begrijpen wat je doet, voor wie, en waar. De meeste principes zijn ongewijzigd. De uitvoering is verfijnder geworden. - Hoofdstuk 10: Contentstrategieën voor een lokaal publiek. Joy Hawkins noemde in mei 2026 haar belangrijkste contentstrategie voor dat jaar: schrijf over wat je concurrenten nog niet hebben geschreven. Kopiëren wat de hoogst gerankte bedrijven doen, geeft je weinig kans in een omgeving vol AI-samenvattingen. - Hoofdstuk 11: Video eerst: de snelste weg naar de top. Er wordt veel losjes gepraat over video. "Video converteert beter" hoor je overal, en dat klopt alleen voor video's die mensen ook echt bekijken. - Hoofdstuk 12: Onstructureerde citaties: de verborgen motor van AI-zichtbaarheid. Whitesparks Local Search Ranking Factors-rapport van 2026 plaatst onstructureerde citaties tussen de meest invloedrijke factoren voor zichtbaarheid in AI-gegenereerde resultaten. - Hoofdstuk 13: Backlinks en lokale autoriteit 2.0. Backlinks zijn nog altijd een relevante rankingfactor, maar hoe ze werken voor lokale bedrijven is verschoven. Honderd links van niet-verwante sites leveren minder op dan tien links van sites die geografisch en thematisch relevant zijn voor jou. - Hoofdstuk 14: Je entiteit beschermen: wat twee AI-experimenten ons leerden. In een wereld van AI-gegenereerde antwoorden ben je kwetsbaar op een manier die drie jaar geleden ondenkbaar was. - Hoofdstuk 15: Mobiele SEO en de lokale consument. Het merendeel van de lokale zoekopdrachten vindt plaats op een smartphone, en Google indexeert al sinds de uitrol van mobile-first-indexering de mobiele versie van elke site als hoofdversie. - Hoofdstuk 16: Meten, analyseren en bijsturen. De meeste ondernemers meten het verkeerde. Ze kijken naar websitebezoek en organisch verkeer, terwijl de cijfers die een lokaal bedrijf bepalen in een heel andere categorie zitten. - Hoofdstuk 17: Opschalen naar meerdere vestigingen. Bedrijven met meerdere vestigingen staan voor een echte spanning: consumenten willen de geruststelling van een vertrouwde merknaam én de authenticiteit van een lokale aanbieder. - Hoofdstuk 18: De 30-minutenstrategie. De meeste eigenaren weten inmiddels dat local SEO ertoe doet. Ze hebben geen tijd voor een dagelijkse marketingoperatie. Ze hebben een bedrijf te runnen. - Hoofdstuk 19: Google Bedrijfsprofiel in 2027 en verder. Dit boek gaat over wat nu werkt. Een compleet strategisch beeld heeft ook een blik op wat eraan komt nodig. - Hoofdstuk 20: De 25 belangrijkste lokale rankingfactoren. Elk jaar houdt Darren Shaw van Whitespark een grote enquête onder local-SEO-experts wereldwijd. De editie van 2026 raadpleegde 47 specialisten, onder wie Joy Hawkins van Sterling Sky en tientallen andere professionals die dagelijks met de data werken. - Hoofdstuk 21: Profielbetrokkenheid: actief zijn loont. Er is een hardnekkig misverstand in local SEO: het idee dat je een Bedrijfsprofiel één keer optimaliseert en daarna achterover leunt. Dat klopt niet. - Hoofdstuk 22: Manipulatie op Google Maps: wat er gebeurt en hoe je jezelf verdedigt. Local SEO is competitief. Waar winnaars zijn, zijn ook spelers die de grenzen opzoeken of ze gewoon overschrijden. - Hoofdstuk 23: Advocatenkantoren. Juridische dienstverlening is de duurste lokale categorie van het land. Eén enkele letselschadezaak kan meer waard zijn dan wat een kleine winkelier in een jaar verdient, en het marketingbudget volgt die logica. - Hoofdstuk 24: Medische, tandheelkundige en ggz-praktijken. Zorg is de categorie waar het hoogste zichtbaarheidspotentieel samengaat met het hoogste nalevingsrisico. Google behandelt medische zoekopdrachten als Your Money or Your Life en legt de lat voor betrouwbaarheid navenant hoger. - Hoofdstuk 25: Klussenbedrijven en installateurs. Klussenbedrijven en installateurs vormen de categorie waar Google op dit moment het hardst op bouwt. Local Services Ads, de Google Verified-badge, Get a Quote in Maps en de agentische belfuncties zijn er allemaal het eerst gelanceerd. - Hoofdstuk 26: Makelaars en vastgoed. Vastgoed heeft twee problemen die de andere categorieën niet hebben. De portals verslaan je op vrijwel elke woninggerelateerde zoekopdracht, en de organisatie van de branche zelf is per 1 januari 2025 veranderd. - Hoofdstuk 27: Restaurants en horeca. Restaurants leven en sterven bij de reviews van de afgelopen achtenveertig uur en bij de vraag of een machine op vrijdagavond om 18.40 uur kan vaststellen dat je een tafel vrij hebt. In de Verenigde Staten neemt die machine inmiddels ook de bestelling op. - Hoofdstuk 28: Detailhandel. Detailhandel heeft een structureel voordeel dat geen enkele dienstverlener heeft: voorraad in realtime. Een klant die kan zien dat je het ding, nu, op twee kilometer afstand op de plank hebt liggen, koopt vaker dan bij welke dienstverlenende categorie dan ook. - Hoofdstuk 29: Fitness, wellness en persoonlijke diensten. Kappers, studio's, spa's, sportscholen, barbiers en trainers verkopen allemaal hetzelfde: een afspraak. Dit hele draaiboek draait om het wegnemen van stappen tussen een zoekopdracht en een geboekte plek. - Hoofdstuk 30: Autoverkoop en -service. Autobedrijven zijn twee bedrijven onder één uithangbord. Wie een auto zoekt en wie net het motorstoringslampje ziet branden, hebben niets met elkaar gemeen, en één profiel dat beide probeert te bedienen, bedient geen van beide goed. - Hoofdstuk 31: De zeven platforms die AI wél gelooft. AI-systemen nemen niet zomaar aan wie je zegt te zijn. Ze controleren het. En de plekken waar ze controleren zijn, opvallend consistent, niet de plekken waar lokale bedrijven hun moeite in steken. - Hoofdstuk 32: De koopreis van de lokale klant. De meeste local-SEO-adviezen optimaliseren voor de laatste vijf seconden van een beslissing die twee weken duurde. Daarom scoren zoveel bedrijven goed en verliezen ze de klant toch. - Hoofdstuk 33: De juridische ondergrens: reviews, toegankelijkheid en privacy. Vier terreinen in het Nederlandse en Europese recht raken lokale marketing rechtstreeks. Geen ervan is optioneel, en elk ervan wordt in ander advies routinematig verkeerd voorgesteld. - Hoofdstuk 34: Concurreren met een grotere, kapitaalkrachtigere rivaal. De meeste lokale bedrijven hebben een concurrent met meer vestigingen, meer reviews, meer budget en een bekende naam. Het instinct is om op dezelfde voorwaarden te concurreren en langzaam te verliezen. Er is een betere aanpak, en die is goed gedocumenteerd. - Hoofdstuk 35: De koude start: een nieuw of verhuisd bedrijf. Een nieuw profiel heeft geen geschiedenis, geen reviews en geen vertrouwen. Een verhuisd bedrijf heeft iets ergers: tegenstrijdige gegevens verspreid over het web die naar een adres wijzen dat je niet meer gebruikt. - Hoofdstuk 36: Een bureau inhuren zonder je iets te laten aansmeren. Local SEO uitbesteden is een redelijke beslissing. De branche zit vol mensen die het geld aannemen en een maandelijks rapport over vertoningen opleveren. Dit hoofdstuk is een filter. - Hoofdstuk 37: Stap 1: de startpositie. Doe het toch, en schrijf het op. Zonder een nulmeting kun je straks een jaar lang niet bewijzen of dit heeft gewerkt. - Hoofdstuk 38: Stap 2: de matrix van diensten en plaatsen. Van Dijk heeft geen zoekwoordenlijst nodig. Het bedrijf heeft een raster nodig: wat ze doen langs de ene kant, waar ze het doen langs de andere kant, en de eerlijke intentie van elke cel. - Hoofdstuk 39: Stap 3: het profiel, opnieuw opgebouwd. Dit zijn de vier uur met het hoogste rendement in het hele plan, en ze kosten niets. - Hoofdstuk 40: Stap 4: de websitepagina's. Eén pagina die alles beschrijft, rankt voor niets. Van Dijk heeft een pagina per dienst nodig en een pagina per plaats, en dat zijn twee verschillende dingen. - Hoofdstuk 41: Stap 5: de contentcluster. De dienstpagina's vangen mensen die weten wat ze nodig hebben. De cluster vangt mensen zes weken eerder, en dit is de content die AI-systemen citeren. - Hoofdstuk 42: Stap 6: reviews, volgens de regels. Van Dijk heeft negen reviews. De dichtstbijzijnde concurrent heeft er honderdveertig. Dit is het gat dat klussen kost voordat iemand ook maar naar een website kijkt, en het is oplosbaar binnen een kwartaal. - Hoofdstuk 43: Stap 7: antwoorden gebouwd voor AI. De volgende klant van Van Dijk ziet misschien nooit een website. Die stelt een vraag en krijgt twee namen te horen. - Hoofdstuk 44: Stap 8: schema en de entiteit. Schema-opmaak zorgt niet voor een hogere positie. Het zorgt voor eenduidigheid, en eenduidigheid heeft een AI-systeem nodig voordat het je bij naam noemt. - Hoofdstuk 45: Stap 9: de betaalde laag en de telefoon. Voor een loodgieter draait 2027 in de Verenigde Staten om Local Services Ads. Die functie staat nog niet op Googles eigen landenlijst voor Nederland: dus is het voorlopig geen keuze om te maken, wel een voorbereiding om te treffen. - Hoofdstuk 46: Stap 10: het negentigdagenplan en wat je meet. Alles hierboven, op volgorde gezet. Niets hier kost meer dan een paar uur per week. - Hoofdstuk 47: Wat AI-automatisering wel en niet doet voor je ranking. Elke leverancier in deze categorie zegt vroeg of laat een variant van dezelfde zin: houd bezoekers langer op je site, en Google beloont je daarvoor. Die zin verdient het om uit elkaar te trekken, want het antwoord is interessanter dan een simpel ja of nee. - Hoofdstuk 48: De telefoon is het product. Lokale zoekresultaten leveren iemand af die klaar is om te kopen, bij een telefoonnummer. Wat er in de volgende vijftien seconden gebeurt, bepaalt of al het werk uit dit boek geld oplevert. - Hoofdstuk 49: AI-telefoonassistenten: wat ze doen en wat ze kosten. Een AI-telefoonassistent neemt je telefoon op, voert een gesprek en doet iets met wat hij te weten komt: boekt een afspraak, noteert een boodschap, stuurt je een samenvatting per sms, of verbindt door naar een mens. Twee jaar geleden was dit een nieuwigheid. - Hoofdstuk 50: AI-chat op je website. Websitechat is de oudste vorm van deze software, en de vorm met het duidelijkste gebruiksdoel: dat meteen ook het smalste is: de bezoeker die bijna zover is en nog één vraag heeft. - Hoofdstuk 51: Gemiste oproep naar sms, en de opvolgmachine. Van alles in dit deel heeft het simpelste middel de beste verhouding tussen kosten en resultaat: als een oproep onbeantwoord blijft, stuurt het systeem de beller binnen enkele seconden een sms. - Hoofdstuk 52: Boeken, en waarom Reserve with Google alles bepaalt. Als je met afspraken werkt, bepaalt één beslissing of Googles AI-omgevingen met je kunnen transacteren, en het is geen beslissing over je website. - Hoofdstuk 53: De juridische ondergrens voor AI-telefonie en AI-chat. Dit hoofdstuk bestaat omdat de meeste gidsen over dit onderwerp de verkeerde wet aanhalen. Ze waarschuwen voor het Amerikaanse recht (de FCC, de TCPA, losse staatswetten) terwijl voor een Nederlands bedrijf andere regels gelden. Die staan hieronder. - Hoofdstuk 54: AI laten schrijven, niet laten spreken. Er bestaat een vorm van AI-gebruik in een lokaal bedrijf die geen van de risico's uit het vorige hoofdstuk met zich meebrengt, en wel het grootste deel van het voordeel: AI laten opstellen wat een mens vervolgens ondertekent. - Hoofdstuk 55: Googles eigen AI-tools voor het mkb. Google geeft een reeks AI-tools weg die de meeste lokale bedrijven nog nooit hebben geopend. Er zit één vast nadeel aan: de beschikbaarheid verschilt per land, de producten veranderen snel, en experimenten uit Google Labs verdwijnen vaak zonder aankondiging. - Hoofdstuk 56: Als Google jou belt. Er is een ontwikkeling in local search waar bijna niemand zich op voorbereidt, en die de hele verhouding tussen een bedrijf en de zoekmachine omdraait. - Hoofdstuk 57: De startpositie van de zzp'er. Niet vindbaarheid. Zes nieuwe vaste maandklanten per jaar, en een aangifteseizoen dat in februari geen wachtlijst nodig heeft. - Hoofdstuk 58: Het adresprobleem van elke zzp'er. Sanne werkt vanuit huis en klanten komen vrijwel nooit langs. Dat ene gegeven staat boven op een echt, goed gedocumenteerd conflict, en daar is geen schone oplossing voor. - Hoofdstuk 59: Een profiel gebouwd voor een persoon, niet voor een pand. Een eenmanszaak heeft een voordeel ten opzichte van een kantoor met meerdere mensen, en verspilt dat meestal: de entiteit die klanten kiezen is een persoon, en een persoon is voor een machine veel makkelijker herkenbaar te maken dan een organisatie. - Hoofdstuk 60: Vier pagina's en vijftien antwoorden. Een zzp'er kan geen contentmachine onderhouden. Het plan is dus vier pagina's en vijftien antwoorden, en daarna zes maanden niets anders. - Hoofdstuk 61: De automatisering die een eenmanspraktijk bereikbaar maakt. Sanne nam vorige maand drie van de negen telefoontjes op. Alles uit deel elf bestaat voor dit probleem, en dit is hoe het er in de praktijk uitziet. - Hoofdstuk 62: Het jaar van Sanne, in vier uur per maand. Het hele plan, op volgorde, in een tempo dat iemand met een volle agenda daadwerkelijk kan volhouden. - Hoofdstuk 63: De franchiseparadox. Elk merk met meerdere vestigingen loopt tegen dezelfde tegenstelling aan, en de meeste lossen die op in de richting die geld kost. - Hoofdstuk 64: Governance: wie mag wat aanpassen. Het technische werk van local SEO met meerdere vestigingen is makkelijk. Het mislukt omdat niemand heeft vastgelegd wie welk veld bezit. - Hoofdstuk 65: Structuur, URL's en schema op schaal. De technische laag is waar een keten met meerdere vestigingen ofwel voordeel opbouwt ofwel lekt, en dat wordt grotendeels bepaald door beslissingen die je maar één keer neemt. - Hoofdstuk 66: Opschalen, software en wanneer je die koopt. Er is een drempel waarop handmatig beheer van meerdere vestigingen ophoudt te werken, en weten waar die ligt bespaart zowel een onnodige aankoop als een dure vertraging. - Hoofdstuk 67: Wat er misgaat op schaal. Vijf faalpatronen verklaren het grootste deel van de schade bij local SEO met meerdere vestigingen, en alle vijf zijn te voorkomen. - Hoofdstuk 68: Zakelijke dienstverlening: boekhouding, verzekeringen, advies. Accountants, boekhouders, verzekeringsadviseurs, financieel adviseurs en consultants delen een probleem dat de installatiebranche niet kent: aan het werk is niets te zien. De klant ziet geen afgewerkte badkamer. - Hoofdstuk 69: Kinderopvang, scholen en bijles. Niets in dit boek wordt met zoveel zorg gekozen als kinderopvang, en nergens is de wachtlijst korter dan hier. - Hoofdstuk 70: Dierendiensten: dierenarts, trimsalon, pension, training. Dierendiensten combineren spoed, emotie en herhaalbezoek zoals bijna geen andere categorie, en het is een van de snelst groeiende lokale categorieën van het land. - Hoofdstuk 71: Ouderenzorg, thuiszorg en uitvaartzorg. Deze categorieën delen een zoeker voor wie bijna niemand optimaliseert: het volwassen kind, in een andere provincie, om elf uur 's avonds, onder tijdsdruk, dat niet degene is die de zorg zal ontvangen. - Hoofdstuk 72: Meten of AI je noemt. Alles in dit boek over GEO komt neer op één vraag die je niet in een dashboard kunt opzoeken: als iemand een assistent om een bedrijf zoals het jouwe vraagt, komt jouw naam er dan uit? - Hoofdstuk 73: De volledige audit, in negentig minuten. Eén keer per jaar, of zodra je een bedrijf of klant overneemt, doorloop je deze volgorde. Het kost ongeveer negentig minuten en het vindt bijna alles. - Hoofdstuk 74: Wat je uitgeeft, en in welke volgorde. De laatste praktische vraag, en de vraag die de meeste boeken vermijden omdat het eerlijke antwoord de branche geen goed doet. - Hoofdstuk 75: Als er iets misgaat. Elk lokaal bedrijf krijgt vroeg of laat een slechte week in de openbaarheid. Een beoordeling die rondgaat, een controle van de inspectie, een ongeval, een medewerker die zich misdraagt, een sluiting die niemand had gepland. - Hoofdstuk 76: Kopen, verkopen of een nieuwe naam. Eigendomswisselingen en naamswijzigingen vernietigen meer lokale zichtbaarheid dan welke algoritme-update dan ook, en bijna altijd door vermijdbare fouten die in de verkeerde volgorde worden gemaakt. - Hoofdstuk 77: De vragen die lezers het meest stellen. Dit zijn de vragen die na elke masterclass binnenkomen. De antwoorden vatten het grootste deel van dit boek samen. - Hoofdstuk 78: De tien fouten die het meeste kosten. Na een paar honderd audits blijven dezelfde fouten terugkomen. Ze staan hier gerangschikt op wat ze kosten, niet op hoe vaak ze voorkomen. - Hoofdstuk 79: Foto's zijn nu een rankingfactor. Vijftien jaar lang waren foto's decoratie. Ergens in de laatste twee jaar werden ze een signaal, en de meeste bedrijven hebben het niet gemerkt. - Hoofdstuk 80: Video, zonder productiebudget. Video staat waar foto's twee jaar geleden stonden: breed gezien als optioneel, in stilte zwaar meewegend, en bijna niemand in een lokale branche doet er iets mee. - Bestellen (Paperback): https://www.amazon.nl/dp/9083771407 ## AI voor de uren die niemand vergoedt: Hoe GGZ-praktijken hun administratie terugdringen en met een goed Google Bedrijfsprofiel gevonden worden door de juiste cliënten en verwijzers URL: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-voor-de-uren-die-niemand-vergoedt/ AI voor de uren die niemand vergoedt is geschreven voor GGZ-praktijken, waar naast de behandeluren veel tijd opgaat aan administratie die nergens wordt vergoed. Het boek laat zien hoe AI een deel van dat werk kan terugdringen. De tweede helft van de titel gaat over gevonden worden. Met een goed ingericht Google Bedrijfsprofiel komt een praktijk in beeld bij de cliënten die bij haar passen, en bij de verwijzers die haar aanbevelen. Voor wie: Voor praktijkhouders en medewerkers van GGZ-praktijken die tijd willen terugwinnen en beter vindbaar willen zijn. - Hoofdstuk 1: Eerlijk advies: waarom de meeste bureaus je praktijk niet kunnen helpen. Een marketingbureau belt en belooft meer aanmeldingen. Voor bijna elke ondernemer is dat een aantrekkelijk aanbod. Voor een ggz-praktijk met een wachtlijst van vier maanden is het een oplossing voor een probleem dat je niet hebt. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-voor-de-uren-die-niemand-vergoedt/hoofdstuk-1-eerlijk-advies-waarom-de-meeste-bureaus-je-praktijk-niet/ - Hoofdstuk 2: Hoe een cliënt in Nederland bij jou terechtkomt. De meeste boeken over local SEO beginnen bij Google. Dat is een fout die je in deze sector meteen op achterstand zet, want in Nederland is Google zelden de eerste stap en bijna nooit de laatste. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-voor-de-uren-die-niemand-vergoedt/hoofdstuk-2-hoe-een-client-in-nederland-bij-jou-terechtkomt/ - Hoofdstuk 3: Wat Google wil weten: relevantie, nabijheid en prominentie. Google beslist in milliseconden welke drie praktijken bovenaan de kaart komen. Die beslissing is geen zwarte doos. Ze rust op drie vragen, en op ruim honderdtachtig signalen die daaronder hangen. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-voor-de-uren-die-niemand-vergoedt/hoofdstuk-3-wat-google-wil-weten-relevantie-nabijheid-en-prominentie/ - Hoofdstuk 4: YMYL en E-E-A-T: waarom de lat in de ggz hoger ligt. Google beoordeelt niet elke website even streng. Voor onderwerpen die iemands gezondheid, geld of veiligheid kunnen raken, geldt een zwaarder regime. Dat regime heet YMYL, Your Money or Your Life. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-voor-de-uren-die-niemand-vergoedt/hoofdstuk-4-ymyl-en-e-e-a-t-waarom-de-lat-in-de-ggz-hoger-ligt/ - Hoofdstuk 5: Titelbescherming: waarom je beroep een entiteitsvraagstuk is. In Nederland mag iedereen zich psycholoog noemen. Die titel is sinds 1994 niet beschermd. Wie een weekendcursus heeft gevolgd en een website bouwt, mag boven zijn homepage 'psycholoog' zetten. Gratis lezen: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-ai-voor-de-uren-die-niemand-vergoedt/hoofdstuk-5-titelbescherming-waarom-je-beroep-een-entiteitsvraagstuk-is/ - Hoofdstuk 6: Beroepsgeheim, WGBO en AVG: de grenzen van online zichtbaarheid. Er is één regel die in deze sector alles overheerst, en die de meeste marketingadviezen ongeldig maakt. Je mag niet zeggen dat iemand je cliënt is. - Hoofdstuk 7: De Transparantieregeling: wat er wettelijk op je website moet staan. Elke gids in deze niche behandelt wachttijden als een goed idee. Vermeld ze, want dat schept vertrouwen. In Nederland is het geen goed idee maar een verplichting, en dat verandert de hele afweging. - Hoofdstuk 8: Het kwaliteitsstatuut als vertrouwenssignaal. Het Landelijk Kwaliteitsstatuut ggz is voor de meeste praktijken een administratieve verplichting. Een document dat je invult omdat het moet, goedgekeurd krijgt, en daarna vergeet. - Hoofdstuk 9: De primaire categorie: de zwaarstwegende knop die je hebt. Van de honderdzevenentachtig factoren in het onderzoek van Whitespark staat er één bovenaan. De primaire categorie van je bedrijfsprofiel, met een score van 227. - Hoofdstuk 10: Behandelaarprofielen naast het praktijkprofiel. Dit hoofdstuk gaat over de meest onderbenutte mogelijkheid in de hele local SEO voor de ggz. Geen van de twaalf onderzochte gidsen behandelt hem, en voor groepspraktijken en instellingen levert hij het meeste op. - Hoofdstuk 11: Het profiel opzetten, verifiëren en beheren. De categorie is de zwaarste knop, maar hij doet niets zolang je profiel niet geverifieerd is. Verificatie is de stap waarop de meeste ggz-praktijken vastlopen, en zelden om een reden die ze zelf hebben veroorzaakt. - Hoofdstuk 12: NAP-consistentie in de Nederlandse zorg. NAP staat voor naam, adres en telefoonnummer. Het idee is simpel: overal waar je vermeld staat, moeten die drie identiek zijn. In de zorg is dat lastiger dan in vrijwel elke andere branche. - Hoofdstuk 13: Thuiswerken, flexplekken en het servicegebied. Dit is het hoofdstuk waar de meeste praktijken een verkeerde afslag nemen, en waar een verkeerde keuze je profiel kan kosten. Het gaat over de vraag wat je met je adres doet. - Hoofdstuk 14: Openingstijden en de open-opdat-moment-factor. Openingstijden lijken administratie. In deze sector zijn ze een zichtbaarheidsinstrument, en dat is een ontdekking van na 2023 die de meeste praktijken nog niet hebben verwerkt. - Hoofdstuk 15: Foto's en video zonder iemand in beeld. Beeld is de afgelopen jaren opgeschoven van sfeermateriaal naar rankingsignaal. Voor de ggz levert dat een probleem op dat andere branches niet kennen: je mag niemand fotograferen die er komt. - Hoofdstuk 16: Schorsingsrisico's en hoe je bezwaar maakt. Een geschorst profiel verdwijnt van de kaart. Geen waarschuwing, geen overgangstermijn. Je merkt het meestal doordat de telefoon stiller wordt en iemand toevallig opzoekt waar je bent gebleven. - Hoofdstuk 17: Het einde van vragen en antwoorden, en wat Ask Maps verandert. Er is in de winter van 2025 iets verdwenen uit het bedrijfsprofiel dat veel praktijken nog niet hebben opgemerkt. De vragen-enantwoordensectie bestaat niet meer. - Hoofdstuk 18: De kwartaalronde. Local SEO in de zorg is geen project maar onderhoud. Het meeste verval gebeurt zonder dat je iets doet, en juist daarom werkt een vast ritme beter dan een grote opruimactie per jaar. - Hoofdstuk 19: Reviews in de ggz: drie sloten op één deur. Elk boek over local SEO adviseert hetzelfde: vraag je tevreden cliënten om een review. Voor een ggz-praktijk in Nederland is dat advies op drie verschillende manieren onbruikbaar. - Hoofdstuk 20: ZorgkaartNederland na september 2025. ZorgkaartNederland is het grootste Nederlandse platform voor zorgwaarderingen, een initiatief van de Patiëntenfederatie. Het telt ruim drieduizend zevenhonderd psychologie- en psychotherapiepraktijken. - Hoofdstuk 21: Een uitvraagproces dat door alle drie de regimes komt. Dit is het meest praktische hoofdstuk van dit deel. Je hebt een werkwijze nodig die het beroepsgeheim respecteert, de platformregels volgt en de ACM-richtlijnen naleeft. Die werkwijze bestaat. - Hoofdstuk 22: Reageren zonder de behandelrelatie te bevestigen. Er verschijnt een review. Iemand is ontevreden, schrijft iets wat niet klopt, en noemt details. De reflex is uitleggen hoe het werkelijk zat. Dat is precies wat je niet mag. - Hoofdstuk 23: Negatieve reviews, klachten en de Wkkgz. Een negatieve review is zelden alleen een marketingprobleem. In de zorg is het vaak het zichtbare deel van een klacht die ergens anders thuishoort, en dat biedt een uitweg die andere branches niet hebben. - Hoofdstuk 24: De structuur van een ggzwebsite die Google begrijpt. De meeste websites van ggz-praktijken zijn geordend zoals de praktijk zichzelf ziet. Over ons, ons team, onze werkwijze, tarieven, contact. Dat is een organogram, geen antwoord op een zoekvraag. - Hoofdstuk 25: Klachtpagina's: schrijven in de taal van de zoeker. Er zit een kloof tussen hoe behandelaars schrijven en hoe cliënten zoeken. Die kloof is de belangrijkste reden dat goede praktijken onvindbaar blijven, en hij is met een middag werk te dichten. - Hoofdstuk 26: Behandelpagina's en de grens van artikel 12. Waar de klachtpagina de zoeker opvangt, moet de behandelpagina hem overtuigen. Dat is een ander soort tekst, met een andere lezer en een juridische grens die de meeste praktijken niet zien. - Hoofdstuk 27: Locatiepagina's zonder kopieerwerk. Praktijken met meerdere vestigingen lopen allemaal tegen dezelfde vraag aan. Je hebt drie locaties, dus je wilt drie pagina's. Maar wat schrijf je erop als de zorg op alle drie hetzelfde is? - Hoofdstuk 28: De wachttijdpagina. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste pagina van je hele website, en op de meeste sites is het een regel in de voettekst of een zin op de contactpagina. - Hoofdstuk 29: Vergoeding, verwijzing en eigen risico. Na de wachttijd is dit de vraag die de meeste aanmeldingen tegenhoudt. En het is de vraag waarop de Amerikaanse gidsen je niets kunnen leren, want dit stelsel bestaat daar niet. - Hoofdstuk 30: De crisispagina. Geen van de twaalf onderzochte internationale gidsen behandelt dit onderwerp. Dat is opmerkelijk, want in deze sector komt er vroeg of laat iemand op je site die niet kan wachten. - Hoofdstuk 31: Gestructureerde data voor de ggz. Schema, of gestructureerde data, is code die zoekmachines vertelt wat er op je pagina staat. Het is het onderwerp waarover de meeste onzin wordt verkocht, en dat begint bij hoeveel het oplevert. - Hoofdstuk 32: Snelheid en Core Web Vitals. Een trage website kost je bezoekers voordat ze een woord hebben gelezen. In deze sector kost het je juist die bezoekers die de meeste moeite hebben om door te zetten. - Hoofdstuk 33: Toegankelijkheid: WCAG voor mensen in psychische nood. Dit hoofdstuk gaat over het onderdeel van je website dat het meest wordt overgeslagen en dat in deze sector het meest oplevert. Niet omdat het moet, maar omdat je doelgroep het nodig heeft. - Hoofdstuk 34: Het aanmeldformulier. Alles in dit boek leidt naar één handeling: iemand meldt zich aan. Dat is het punt waarop de meeste praktijken de mensen verliezen die ze net met veel moeite hebben binnengehaald. - Hoofdstuk 35: Het Nederlandse vermeldingenlandschap. Elke internationale gids over dit onderwerp noemt dezelfde platforms: Psychology Today, Healthgrades, GoodTherapy, TherapyDen en Zocdoc. Geen van de vijf speelt in Nederland een rol. - Hoofdstuk 36: Verwijzersmarketing: gevonden worden door de POH-GGZ. In de vergoede ggz is de belangrijkste zoeker geen cliënt. Het is de praktijkondersteuner ggz die in tien minuten moet bepalen naar wie hij deze persoon stuurt. - Hoofdstuk 37: Verwijzingsvalidatie. Er is een fase in het beslisproces die vrijwel nergens wordt beschreven en die bepaalt of een verwijzing tot een aanmelding leidt. De Amerikaanse strateeg Avivit Fisher gaf hem in 2026 een naam. - Hoofdstuk 38: Links en vermeldingen die in de zorg werken. Linkbuilding heeft in deze sector een slechte naam, en meestal terecht. De gangbare methoden zijn ongeschikt voor een beroepsgroep waarin geloofwaardigheid het product is. - Hoofdstuk 39: AI-zoekmachines: van gevonden worden naar begrepen worden. Er verschuift iets in wat local SEO eigenlijk is. Jarenlang hielp je zoekmachines je praktijk te vínden. Nu help je systemen je praktijk te begríjpen. - Hoofdstuk 40: Waar AI de administratielast werkelijk verlicht. Dit deel gaat over iets anders dan de rest van het boek. Niet over gevonden worden, maar over wat er gebeurt nadat iemand je heeft gevonden. Die twee hangen samen, en dat wordt zelden zo bekeken. - Hoofdstuk 41: Notuleer-AI: van gesprek naar verslag. Van alle toepassingen in dit deel is deze het verst ontwikkeld. Een programma luistert mee, en levert na afloop een gestructureerd verslag in je dossier. De tijdwinst is de meest concrete die er is. - Hoofdstuk 42: AI aan de voordeur: aanmelding, triage en schifting. Hier zit de grootste winst en het grootste risico. De aanmeldwachttijd was in oktober 2025 gemiddeld veertien weken, terwijl de norm vier weken is. Een deel van die vertraging is administratie. - Hoofdstuk 43: AI Voice Agents en de telefoon. De telefoon is in de ggz het belangrijkste kanaal en het grootste lek. Wie belt en niemand krijgt, belt zelden terug. Dat is de reden dat dit hoofdstuk bestaat. - Hoofdstuk 44: Vergoeding, omzetplafond en de grens van automatisering. Dit hoofdstuk gaat over de vraag die praktijken het liefst zouden automatiseren en die zich daar het slechtst voor leent. Kan deze aanmelding nog worden vergoed? - Hoofdstuk 45: Het juridisch kader: AI-verordening, AVG en beroepsgeheim. Dit hoofdstuk is het saaiste van dit deel en het enige waarvan een fout je duur komt te staan. Het gaat over de vraag onder welke regels je AI-toepassing valt. - Hoofdstuk 46: Wat AI werkelijk oplevert: de rekensom. Iedereen zegt dat AI tijd bespaart. Bijna niemand rekent voor wat die tijd waard is. Dit hoofdstuk doet dat wel, met de tarieven van 2026 en met de onderzoeken die er zijn. - Hoofdstuk 47: Zelf doen, uitbesteden of laten begeleiden. Je weet nu wat er kan en wat het ongeveer waard is. Blijft over de vraag hoe je er komt, en dat is de vraag waarop de meeste projecten stranden. - Hoofdstuk 48: Het interne overleg: notuleren zonder je cliënt te verraden. De vorige hoofdstukken gingen over de voordeur. Dit deel gaat naar binnen, naar de vergaderingen, de mailbox en het secretariaat. Daar zit meer tijd dan in de verslaglegging, en er zitten andere risico's. - Hoofdstuk 49: De inbox: samenvatten, sorteren, en waar het misgaat. Een samenvatting van je mail als je 's ochtends binnenkomt, met de drie dingen die vandaag moeten. Dat is de belofte, en het is een van de weinige AI-toepassingen die mensen uit zichzelf gaan gebruiken. - Hoofdstuk 50: Het secretariaat: waar de meeste uren liggen. Als je maar één plek mag kiezen om met AI te beginnen, kies dan deze. Het volume is hoog, het klinische risico laag, en er is één persoon die er eigenaar van kan zijn. - Hoofdstuk 51: Werving en selectie: het zwaarste regime in dit boek. Dit hoofdstuk gaat over de toepassing waar instellingen op dit moment het snelst naar grijpen, en waar de regels het strengst zijn. Die twee dingen staan niet toevallig naast elkaar. - Hoofdstuk 52: Finance en ICT: de stille besparingen. Dit hoofdstuk gaat over de twee functies die in een ggzorganisatie het minst zichtbaar zijn en het meest opleveren. Vaak zijn het niet eens functies maar losse taken, verdeeld over mensen die er niet voor zijn opgeleid. - Hoofdstuk 53: Het leverancierslandschap: wie er is en wat het kost. Dit hoofdstuk brengt de aanbieders in kaart die je tegenkomt als je gaat rondkijken. AI Voice Agents, verslagleggingssoftware en de Nederlandse partijen die je waarschijnlijk nog niet kent. - Hoofdstuk 54: Voordelen en nadelen per aanbieder. Het vorige hoofdstuk vertelt wie er op de markt is. Dit hoofdstuk vertelt wat elke partij goed doet en waar hij tekortschiet, met vijf voordelen en vijf nadelen per aanbieder. - Hoofdstuk 55: Tien fouten met tools zoals ChatGPT en Claude, en twaalf keer dat het echt misging. De vorige twee hoofdstukken gingen over wat je koopt. Dit hoofdstuk gaat over wat er gebeurt als je niets koopt en je team gewoon zelf begint. Dat laatste is de meest voorkomende situatie, en het is de gevaarlijkste. - Hoofdstuk 56: Wat je meet en wat je bewust negeert. De meeste praktijken meten niets, of ze meten het verkeerde. Beide leiden tot dezelfde uitkomst: je weet niet of je inspanning iets oplevert en je stuurt op gevoel. - Hoofdstuk 57: Het 90-dagenplan. Alles uit dit boek in één volgorde, verdeeld over drie maanden. De volgorde is niet willekeurig: elke stap maakt de volgende effectiever. - Hoofdstuk 58: Veertien fouten die ggzpraktijken maken. Deze fouten kom je bij vrijwel elke praktijk tegen. Ze zijn allemaal te herstellen, en de meeste kosten minder dan een uur. - Hoofdstuk 59: Meerdere vestigingen, ambulante teams en instellingen. Alles in dit boek werkt ook bij schaal, maar er komen drie problemen bij die een solopraktijk niet kent. Ze hebben allemaal met dezelfde vraag te maken: wat is hier eigenlijk een locatie? - Hoofdstuk 60: Je zichtbaarheid beschermen. Alles wat je hebt opgebouwd, kan verdwijnen door iets wat je niet zelf hebt gedaan. Dit hoofdstuk gaat over de risico's die je kunt afdekken voordat ze zich voordoen. - Hoofdstuk 61: Wat 2027 brengt, en wat blijft. Local SEO verandert per kwartaal, en in deze sector komt daar wetgeving overheen die net zo hard beweegt. Dit hoofdstuk gaat over wat er aantoonbaar aankomt en wat waarschijnlijk blijft. - Hoofdstuk 62: Waarvoor je Gijs Bodenstaff kunt inschakelen. Dit hoofdstuk staat er omdat lezers erom vragen. Je hebt het boek gelezen, je weet wat er moet gebeuren, en je hebt geen zin of geen tijd om het zelf te doen. Dit is wat er dan mogelijk is. - Bestellen (Paperback): https://www.amazon.nl/dp/B0HCLT4NYT ## Local SEO 2026: Het complete handboek voor Google Bedrijfsprofiel en Google Maps marketing met GEO-strategieën voor autoriteit in AI-zoekmachines URL: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-seo-2026/ Local SEO 2026 is mijn complete handboek voor lokale zichtbaarheid. Het begint bij een volledig ingericht Google Bedrijfsprofiel en eindigt bij de vraag hoe je genoemd wordt wanneer iemand ChatGPT, Gemini of Perplexity om advies vraagt. Google ziet een bedrijf niet meer als losse webpagina, maar als een herkenbare partij: één naam, een reputatie en onafhankelijke bronnen die hetzelfde over je zeggen. AI-zoekmachines lezen diezelfde signalen. Dit boek geeft je het raamwerk om die signalen op orde te brengen, zonder vakjargon. Voor wie: Voor ondernemers, marketeers en SEO-specialisten, van beginner tot gevorderd. Technische kennis is niet nodig; waar code nodig is, staan voorbeelden klaar om over te nemen. - De 25 lokale rankingfactoren die in 2026 het verschil maken - Elk onderdeel van het Google Bedrijfsprofiel, inclusief nieuwe functies zoals de WhatsApp-link en Ask Maps - Entity SEO in de praktijk: Wikidata, schema.org en sameAs-koppelingen - GEO en AEO: hoe je in AI-antwoorden terechtkomt en geciteerd wordt - Reviews verzamelen die zowel klanten als taalmodellen overtuigen - Een actieplan voor 90 dagen, met checklists en templates - Hoofdstuk 1: Basisprincipes van lokale SEO: de spelregels, nu en in het AI-tijdperk. Wat is lokale SEO en waarom is het de levensader van het MKB? - Hoofdstuk 2: Je Google Bedrijfsprofiel: het fundament van je digitale entiteit. Waarom je GBP heilig is Je Google Bedrijfsprofiel is voor veel lokale bedrijven bepalender voor de omzet dan de eigen website. Wanneer iemand zoekt naar ”boekhouder Haarlem”, toont Google direct een kaart met uitgelichte bedrijven. - Hoofdstuk 3: NAP-consistentie en lokale vermeldingen: de vingerafdruk van je bedrijf. NAP staat voor Naam, Adres en Telefoonnummer. Samen vormen ze de digitale vingerafdruk van je bedrijf. Zoekmachines speuren het hele internet af om te verifiëren of jouw bedrijfsgegevens overal kloppen. - Hoofdstuk 4: Van zoekwoorden naar entiteiten: hoe Google de wereld opnieuw heeft ingedeeld. Google denkt al jaren niet meer uitsluitend in zoekwoorden. Het denkt in entiteiten: herkenbare, verifieerbare ”dingen” in de wereld, mensen, bedrijven, plaatsen, producten, concepten. - Hoofdstuk 5: GEO: Generative Engine Optimization. Van SEO naar GEO Klassieke SEO draait om het optimaliseren van je website en profiel zodat zoekmachines je op de juiste positie plaatsen in een lijst met resultaten. - Hoofdstuk 6: Google AI Mode: zo zoekt jouw klant voortaan. Een fundamentele verschuiving in hoe mensen zoeken In 2025 lanceerde Google AI Mode: een conversationele zoekervaring waarbij gebruikers meerledige vragen stellen en AI-gegenereerde antwoorden ontvangen, zonder altijd op een link te hoeven klikken. - Hoofdstuk 6b: De nieuwste GBP-functies van 2026. Google heeft in 2026 het Google Bedrijfsprofiel grondiger vernieuwd dan in enig jaar daarvoor. Wie zijn profiel bijhield zoals het in 2024 hoorde, loopt achter. Dit hoofdstuk behandelt de functies die er nu echt toe doen. - Hoofdstuk 6c: Je GBP voor 100 procent optimaal invullen, het complete draaiboek. De meeste ondernemers vullen hun Google Bedrijfsprofiel in zoals ze een belastingformulier invullen: zo snel mogelijk, zo min mogelijk, en dan nooit meer aankijken. Dat is zonde. - Hoofdstuk 6d: Pomelli, Google's gratis AI-marketingassistent voor het MKB. Er is een tool die Google in 2026 heeft uitgerold die voor veel kleine en middelgrote ondernemers nog onbekend is, terwijl hij precies het probleem oplost waar ze al jaren tegenaan lopen: consistent, professioneel en merkgebonden marketingmateriaal maken zonder tijd, budget of ontwerpkennis. - Hoofdstuk 7: Reviews: de nieuwe backlinks. Waarom reviews in 2026 de krachtigste rankingfactor zijn Tien jaar geleden bepaalden backlinks, links van andere websites naar de jouwe, voor een groot deel hoe hoog je rankte. In 2026 hebben reviews die rol voor lokale bedrijven grotendeels overgenomen. - Hoofdstuk 8: Lokaal zoekwoordonderzoek voor het AI-tijdperk De zoekvraag verandert: van termen naar vragen. Zoekgedrag is veranderd: van termen naar vragen Drie jaar geleden optimaliseerde je voor ”elektricien Utrecht”. Vandaag stelt een klant aan AI Mode: - Hoofdstuk 9: On-page optimalisatie voor lokale entiteiten. De technische basis die altijd telt On-page optimalisatie is het systematisch verbeteren van de elementen op je website zodat zoekmachines en AI-modellen begrijpen wat je doet, voor wie, en waar. - Hoofdstuk 10: Contentstrategieën voor een lokaal publiek. Unieke content als concurrentievoordeel Joy Hawkins formuleerde in mei 2026 haar nummer één contentstrategie voor het jaar: schrijf content die je concurrenten nog niet geschreven hebben. - Hoofdstuk 11: Video First: de snelste weg naar de top. Waarom video zo krachtig is als lokaal SEO-instrument Eerst een eerlijke vaststelling, want rond video wordt veel te makkelijk gepraat. - Hoofdstuk 12: Ongestructureerde citaties: de verborgen motor van AI-zichtbaarheid. Waarom ongestructureerde citaties in 2026 topprioriteit zijn Whitespark's 2026 Local Search Ranking Factors-rapport plaatst ongestructureerde citaties bij de meest invloedrijke factoren voor zichtbaarheid in AI-gegenereerde zoekresultaten. - Hoofdstuk 13: Backlinks en lokale autoriteit 2.0. Backlinks zijn niet dood: maar ze werken anders Backlinks, links van andere websites naar die van jou, zijn nog steeds een relevante rankingfactor, maar de manier waarop ze werken voor lokale bedrijven is verschoven. - Hoofdstuk 14: Je entiteit beschermen: wat twee AI-experimenten ons leren. De kwetsbaarheid van jouw digitale identiteit In de wereld van AI-gegenereerde antwoorden ben je kwetsbaar op een manier die drie jaar geleden ondenkbaar was. - Hoofdstuk 15: Mobiele SEO en de lokale consument. Mobile-First: de norm, niet de uitzondering Meer dan 60 procent van alle lokale zoekopdrachten vindt plaats via een smartphone. - Hoofdstuk 16: Meten, analyseren en bijsturen. Welke KPI's écht tellen Veel ondernemers meten het verkeerde. Ze kijken naar websitebezoeken en organisch verkeer, terwijl de KPI's die voor lokale bedrijven werkelijk tellen een heel andere categorie zijn. - Hoofdstuk 17: Meerdere locaties schalen De Franchise Paradox. Bedrijven met meerdere vestigingen staan voor een fundamentele spanning: consumenten willen de zekerheid van een vertrouwde merknaam én de authenticiteit van een lokale aanbieder. - Hoofdstuk 18: De 30-minutenstrategie: maximale impact met minimale tijd. Het probleem van de drukke ondernemer De meeste ondernemers weten inmiddels dat lokale SEO belangrijk is. Maar ze hebben geen tijd voor een dagelijkse marketingoperatie. Ze hebben een bedrijf te runnen. - Hoofdstuk 19: GBP in 2027, wat er aankomt. Dit boek gaat over wat nu werkt. Maar een goed strategisch beeld vereist ook zicht op wat eraan komt. - Hoofdstuk 20: De 25 belangrijkste lokale rankingfactoren van 2026. Elk jaar voert Darren Shaw van Whitespark een grootschalig onderzoek uit onder lokale SEO-experts wereldwijd. - Hoofdstuk 21: GBP-engagement, actief zijn loont Waarom een stilstaand profiel Google signalen kost. Er is een hardnekkig misverstand in de wereld van lokale SEO: het idee dat je een Google Bedrijfsprofiel eenmalig kunt optimaliseren en dan achterover kunt leunen. Dat is onjuist. - Hoofdstuk 22: Google Maps-manipulatie, wat er speelt en hoe je je verdedigt. Het donkere spiegelbeeld van lokale SEO Lokale SEO is een competitieve discipline. Waar er winnaars zijn, zijn er ook spelers die de grenzen opzoeken of simpelweg over de grenzen gaan. - Bestellen (Hardcover): https://www.amazon.nl/dp/B0H9B5XTBR ## Local SEO & GEO voor Franchiseketens 2026: Domineer de lokale zoekresultaten voor elke vestiging URL: https://www.gijs-bodenstaff.nl/auteur-local-seo-geo-voor-franchiseketens-2026/ Local SEO & GEO voor Franchiseketens 2026 schreef ik samen met Stanley Leijnse, oprichter van FranchiseSEO.nl en voorzitter van Stichting LODAK. De kernvraag: hoe zorg je dat elke vestiging van een keten in haar eigen buurt gevonden wordt, zowel in Google Maps als in de antwoorden van ChatGPT en Google AI Overviews? Het boek bundelt 26 strategieën die je meteen kunt toepassen, plus een implementatieplan voor de eerste 90 dagen. Voor wie: Voor franchisegevers, marketingmanagers en eigenaren van ketens met meerdere vestigingen. - Bestellen (E-book (Kindle)): https://www.amazon.nl/dp/B0H6LW7SKV ## Waarom helpen de meeste bureaus en SEO-accountmanagers je niet echt verder? Ik werk sinds 1998 in online marketing en zie steeds dezelfde patronen. Meestal niet uit onwil: het vak verandert sneller dan de meeste bureaus bijhouden, en wie je spreekt is vaak een accountmanager, niet degene die het werk doet. Dit zijn de redenen die ik het vaakst tegenkom. Precies daarom schreef ik mijn boeken: zodat je zelf kunt beoordelen wat werkt. - Ze testen niet zelf: Beweringen over local SEO en AI gaan in dit vak vaak van mond tot mond, zonder dat iemand ze nagaat. Ik probeer eerst alles uit op eigen sites en testlocaties. Houdt iets geen stand, dan zeg ik dat. - Ze beloven reviewantwoorden die vanzelf gaan: Het API-beleid van Google staat het automatisch plaatsen van reviewantwoorden alleen toe met vooraf gegeven, expliciete toestemming van de eigenaar. Een bureau dat volledig automatische AI-antwoorden verkoopt, riskeert dat Google de koppeling blokkeert, en dan hangt jouw profiel eraan. - Ze kennen de grenzen van Google niet: De Google Business Profile API kent vaste plafonds: 300 aanvragen per dag en 10 wijzigingen per minuut voor elk profiel. Wie belooft honderd vestigingen in één dag op orde te brengen, heeft die plafonds nooit gezien. Reken eerder op twee tot vier weken. - Ze sturen alleen blije klanten naar Google: Eerst peilen wie tevreden is en alleen die klanten om een Google-review vragen: het mag niet. Google verbiedt het, en net als de Europese wetgeving tegen oneerlijke handelspraktijken, al sinds mei 2022. Het levert je bedrijf juist risico op. - Je profiel staat op hun naam: Bij een deel van de aanbieders is het bureau eigenaar van je Google Bedrijfsprofiel. Stop je de samenwerking, dan ben je je profiel en je reviews kwijt. Het profiel hoort altijd bij je eigen organisatie; het bureau hoort alleen beheerder te zijn. - Je kunt ze niet vergelijken: Bijna geen bureau in deze markt zet een tarief op de site. Zonder prijs kun je aanbieders niet naast elkaar leggen, en weet je pas na een verkoopgesprek wat het je kost. - Ze werken nog voor het Google van vroeger: Sinds december 2025 kun je in Google Maps geen openbare vragen meer stellen en beantwoorden. Klanten stellen hun vraag nu aan een AI, die antwoordt op basis van je profiel en je reviews. Daarbij werkt de Gemini-hulp van Google voor bedrijfsprofielen niet in Europa. Wie alleen aan posities schaaft, mist waar de klant nu zoekt. - 40% van 500 onderzochte bedrijfsprofielen is compleet - 6 van 100 grote ketens reageert binnen een dag op een review - 90% heeft geen aantoonbaar proces voor reviews - 7% biedt klanten een WhatsApp-knop in het bedrijfsprofiel Bron: Stichting LODAK, 2026 Local SEO Benchmark Report: de 100 grootste Nederlandse franchiseketens, 500 bedrijfsprofielen (https://franchiseseo.nl/local-seo-franchise-benchmark/) ## Veelgestelde vragen ### Welke boeken heeft Gijs Bodenstaff geschreven? Zeven boeken over lokale vindbaarheid en AI-zichtbaarheid, van Local SEO 2026 tot vakspecifieke handboeken voor franchiseketens, advocaten, zorgaanbieders en ggz-praktijken. ### Waar koop je de boeken van Gijs Bodenstaff? Via Amazon. Op elke boekpagina staat een bestelknop die direct naar de juiste editie op Amazon.nl gaat, als paperback, hardcover of Kindle-e-book. ### Kun je gratis in de boeken lezen? Ja. Van vijf boeken staan de eerste hoofdstukken gratis op deze site, elk op een eigen pagina, samen met de volledige inhoudsopgave. ### Wat is Local Entity SEO? Het opbouwen van een lokaal bedrijf als herkenbare entiteit: één naam, één set gegevens en onafhankelijke bronnen die elkaar bevestigen, van het Google Bedrijfsprofiel tot Wikidata en schema.org. ### Wat is GEO? GEO staat voor Generative Engine Optimization: je online aanwezigheid zo inrichten dat AI-zoekmachines als ChatGPT, Gemini en Perplexity je bedrijf kennen, vertrouwen en noemen. ### Waarom kan een SEO-bureau je vaak niet goed helpen met lokale vindbaarheid? Omdat lokale SEO een eigen vak is. Veel bureaus testen claims niet zelf, kennen de grenzen van Google-API's niet of beloven automatische AI-reviewantwoorden die Google alleen met toestemming toestaat. ### Welk boek past bij mij? Ondernemers en specialisten beginnen met Local Entity SEO 2027. Voor ketens is er het franchisehandboek, en daarnaast zijn er aparte boeken voor advocaten, zorgaanbieders en ggz-praktijken. ### Wat is het verschil tussen Local SEO 2026 en Local Entity SEO 2027? Local Entity SEO 2027 is de tweede, geheel herziene druk: 335 pagina's tegenover 126 in de eerste druk, Local SEO 2026. ### Zijn de boeken geschikt als je geen technische kennis hebt? Ja. Ze zijn geschreven voor ondernemers en marketeers. Waar techniek nodig is, zoals schema-opmaak, staan voorbeelden die je kunt overnemen. ### Geeft Gijs Bodenstaff ook trainingen of advies? Ja, via zijn adviespraktijk op gijsbodenstaff.nl. De boeken zijn bedoeld om zelf te beginnen; voor hulp bij de uitvoering kun je daar terecht.